Tefillin

Tefillin
Tefillin — Het verbinden van denken, voelen en doen

U hebt een brein: dat leeft in de ene wereld. U hebt een hart: dat leeft in een andere. En uw handen raken vaak betrokken bij iets wat aan beide vreemd is. Drie afzonderlijke stelsels.

Daarom legt men tefillin. Als eerste daad van de dag verbindt men hoofd, hart en hand met leren riemen — opdat zij als één geheel functioneren, met één bedoeling: een toegewijde dienst aan de Almachtige.

Wat zijn tefillin?

Tefillin (תְּפִלִין) zijn twee zwarte, leren doosjes met daarin Hebreeuwse perkamentrollen. Joodse mannen en jongens dragen ze dagelijks, vanaf hun bar mitswa, hun dertiende jaar. Ieder doosje bestaat uit drie onderdelen: de teksten, het doosje zelf, en de leren riemen.

Wat zit er in de doosjes?

De Tora noemt de mitswa van tefillin op vier plaatsen. Elk van deze gedeelten wordt met de hand op perkament geschreven, en in de tefillin geplaatst. Zij spreken over de eenheid van G’d, over de wonderen die Hij verrichtte bij de bevrijding uit Egypte, en over Zijn opperste macht, zowel in de geestelijke als in de stoffelijke wereld. Tezamen vormen zij de kern van het Joodse geloof.

Het gaat om de volgende vier teksten:

  1. Kadesj (Sjemot 13:1-10): over de plicht de uittocht uit Egypte steeds te gedenken, en onze kinderen G’ds geboden te onderwijzen.
  2. Wehaja kie jewi’acha (Sjemot 13:11-16): eveneens over de uittocht, en het overdragen van het geloof op het nageslacht.
  3. Sjema (Dewariem 6:4-9): verkondigt de eenheid van de ene G’d, en gebiedt ons Hem lief te hebben en te vrezen.
  4. Wehaja (Dewariem 11:13-21): benadrukt G’ds belofte van beloning voor het nakomen van de mitswot van de Tora.
Hoe worden tefillin gemaakt?

Om kosjer te zijn, moeten tefillin aan tal van nauwkeurige eisen voldoen. Zij zijn als een uiterst verfijnd geestelijk instrument: klopt één onderdeel niet, dan werkt het geheel niet.

De teksten worden met zwarte inkt, met een ganzenveer of een rietpen, geschreven door een daartoe opgeleide schrijver, een sofeer. Het perkament is met de hand vervaardigd, en afkomstig van een koosjer diersoort. In elk paar tefillin staan precies zestienhonderdvierennegentig letters — één letter te veel, te weinig, of verkeerd gevormd, en de tefillin zijn ongeldig.

Ook de doosjes en riemen zijn vervaardigd van leer van een koosjer dier. De hoofd-tefillin bestaat uit vier afzonderlijke vakjes, elk met één van de vier Tora-teksten. De arm-tefillin heeft één vakje, waarin alle teksten op één rol staan geschreven. Op de hoofd-tefillin is aan weerszijden de Hebreeuwse letter sjien (ש) aangebracht: aan de ene kant met drie, aan de andere kant met vier poten.

Wanneer worden tefillin gedragen?

Tefillin worden gedragen op de gewone weekdagen, van zonsopgang tot zonsondergang, en wel voornamelijk tijdens het ochtendgebed. Op Sjabbat en op de Joodse feestdagen worden geen tefillin gedragen. Velen hebben ook het gebruik ze op Chol Hamo’eed achterwege te laten.

Hoe legt men tefillin?

De arm-tefillin

De arm-tefillin gaat om de zwakkere arm: wie rechtshandig is, gebruikt de linkerarm; wie linkshandig is, de rechterarm. Rol de mouw op, zodat de tefillin het blote lichaam raken. Steek de arm door de lus die door de geknoopte riem gevormd wordt. Plaats het doosje op de biceps, iets onder het midden tussen schouder en elleboog, tegenover het hart.

Spreek daarna de beraga uit (zie hieronder). Vanaf het uitspreken van de beraga, totdat beide tefillin op hun plaats zitten, onthoudt men zich van spreken.

Trek de riem strak om de arm aan. Wikkel haar vervolgens nog tweemaal om de voet van het doosje en de biceps, daarna zevenmaal om de onderarm, en eenmaal om de handpalm. Laat het overige deel van de riem los hangen.

De hoofd-tefillin

Leg daarna de hoofd-tefillin aan. Het doosje komt op het hoofd, iets boven het voorhoofd, precies in het midden, recht boven het punt tussen de ogen. De knoop, in de vorm van de letter dalet, rust aan de achterkant van het hoofd, bij de schedelbasis.

Terug naar de hand

Wikkel het overgebleven deel van de riem driemaal om de middelvinger: eenmaal om de voet ervan, eenmaal net boven het eerste kootje, en nogmaals om de voet. Wikkel wat overblijft om de handpalm, en berg het uiteinde weg.

Berachot bij het leggen van tefillin

Beraga bij het leggen van de arm-tefillin:

בָּרוּךְ אַתָּה ה’ אֱלֹהֵינוּ מֶלֶךְ הָעוֹלָם אֲשֶׁר קִדְּשָׁנוּ בְּמִצְוֹתָיו וְצִוָּנוּ לְהָנִיחַ תְּפִלִּין
Baroeg Atta Ado-naj Ello-heenoe Mèleg ha’olam asjer kidesjanoe bemitswotav wetsiwanoe lehanie’ach tefillin.

Moge U — Heer, onze G’d, Koning van de wereld — naderbij gebracht worden, doordat wij erkennen dat U het bent Die ons heeft geheiligd door Zijn geboden, en ons heeft opgedragen tefillin aan te leggen.

Beraga bij het plaatsen van de hoofd-tefillin:

בָּרוּךְ אַתָּה ה’ אֱלֹהֵינוּ מֶלֶךְ הָעוֹלָם אֲשֶׁר קִדְּשָׁנוּ בְּמִצְוֹתָיו וְצִוָּנוּ עַל מִצְוַת תְּפִלִּין
Baroeg Atta Ado-naj Ello-heenoe Mèleg ha’olam asjer kidesjanoe bemitswotav wetsiwanoe al mitswat tefillin.

Moge U — Heer, onze G’d, Koning van de wereld — naderbij gebracht worden, doordat wij erkennen dat U het bent Die ons heeft geheiligd door Zijn geboden, betreffende het gebod van tefillin.

Sjema

שְׁמַע יִשְׂרָאֵל ה’ אֱלֹהֵינוּ ה’ אֶחָד

בָּרוּךְ שֵׁם כְּבוֹד מַלְכוּתוֹ לְעוֹלָם וָעֶד

וְאָהַבְתָּ אֵת ה’ אֱלֹהֶיךָ בְּכָל לְבָבְךָ וּבְכָל נַפְשְׁךָ וּבְכָל מְאֹדֶךָ. וְהָיוּ הַדְּבָרִים הָאֵלֶּה אֲשֶׁר אָנֹכִי מְצַוְּךָ הַיּוֹם עַל לְבָבֶךָ. וְשִׁנַּנְתָּם לְבָנֶיךָ וְדִבַּרְתָּ בָּם בְּשִׁבְתְּךָ בְּבֵיתֶךָ וּבְלֶכְתְּךָ בַדֶּרֶךְ וּבְשָׁכְבְּךָ וּבְקוּמֶךָ. וּקְשַׁרְתָּם לְאוֹת עַל יָדֶךָ וְהָיוּ לְטֹטָפֹת בֵּין עֵינֶיךָ. וּכְתַבְתָּם עַל מְזֻזוֹת בֵּיתֶךָ וּבִשְׁעָרֶיךָ

Sjema Jisra’eel Ado-naj Ello-heenoe Ado-naj Egad.

Baroeg sjeem kewod malgoeto le’olam wa’ed.

We’ahavta et Ado-naj Ello-hega bechol lewaveg oewechol nafsjega oewechol me’odega. Wehajoe hadewariem ha’eelè a’sjer anochie metsawega hajom al lewavega. Wesjinantam levanega wedibarta bam, besjivtega beweetega oewelegtega badèrech oewesjagbega oewekoemega. Oekesjartam le’ot al jadega wehajoe letotafot been eenega. Oegetavtam al mezoezot beetega oewisj’arega.

Hoor Israël, de Eeuwige is onze G’d, de Eeuwige is Eén.

Geprezen zij de Naam van Zijn heerlijke Koninkrijk, voor eeuwig en altijd.

En gij zult de Eeuwige, uw G’d, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met al uw vermogen. En deze woorden, die Ik u heden gebied, zullen op uw hart zijn. Gij zult ze uw kinderen inprenten, en erover spreken wanneer gij in uw huis zit en wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij neerligt en wanneer gij opstaat. Gij zult ze als een teken op uw hand binden, en zij zullen u tot voorhoofdsband zijn tussen uw ogen. En gij zult ze schrijven op de deurposten van uw huis en op uw poorten.

De betekenis van tefillin

Het woord mitswa is ook verwant aan het woord tsawta, dat “verbinding” betekent. Een mitswa verbindt G’d, die het gebod geeft, met de mens, die het vervult. In die zin is de tefillin misschien wel de mitswa bij uitstek: wij binden onszelf letterlijk aan de ene, enige G’d.

Dit krijgt een geheel eigen, tastbare vorm. Het ene doosje rust op de arm, nabij het hart — de zetel van onze gevoelens. Het andere plaatst men op het hoofd, bij het denken. Zo leren wij dat wij, in denken, voelen en handelen, ons geheel richten op de dienst aan G’d.

De tefillin-campagne van de Rebbe

In de Talmoed lezen wij dat een Joodse man, wanneer hij zelfs maar eenmaal in zijn leven tefillin draagt, daarmee een nieuwe staat als Jood binnentreedt. Het dragen van tefillin is niet alleen van betekenis voor de enkeling, maar brengt ook bescherming voor het gehele Joodse volk.

Daarom startte de Rebbe, Rabbi Menachem M. Schneerson, kort vóór het uitbreken van de Zesdaagse-Oorlog in 1967, een wereldwijde campagne om Joodse mannen en jongens tot het dragen van tefillin aan te sporen. Over de vers in Dewariem (28:10) — “Alle volken der aarde zullen zien, dat de Naam van G’d over u is uitgeroepen” — zeggen onze wijzen dat dit doelt op de hoofd-tefillin.

Een laatste gedachte

Legt men tefillin, dan verbindt men zich met de Oneindige, vervult men G’ds wil, en herinnert men zichzelf eraan een beter mens te zijn. Maar men doet ook precies datgene wat de overgrootvaders, op eenzelfde wijze, hebben gedaan. En door het vandaag te doen, vergroot men de kans dat ook de achterkleinkinderen het later zullen doen.

Die leren riemen verbinden ons niet alleen met G’d, maar ook met ons verleden, onze toekomst, en ons volk.

Vrij vertaald van Chabad.org