Parsjat Wajeera in een Notendop

De naam van de parasja “Wajeera” betekent “En Hij verscheen” en is te vinden in Genesis 18:1.
G-d openbaart zich aan Abraham drie dagen zijn besnijdenis op 99 leeftijd; maar Abraham haast zich om een maaltijd te bereiden voor drie gasten die in de woestijnhitte verschijnen. Een van de drie – die engelen zijn verkleed als mannen – kondigt aan dat de onvruchtbare Sara over precies een jaar een zoon zal baren. Sara lacht.
Abraham smeekt G-d om de slechte stad Sodom te sparen. Twee van de drie vermomde engelen arriveren in de verdoemde stad, waar Abrahams neef Lot hen gastvrij ontvangt en beschermt tegen de kwade bedoelingen van een Sodomitische menigte. De twee gasten onthullen dat ze zijn gekomen om de plaats omver te werpen en Lot en zijn familie te redden. Lots vrouw verandert in een zoutpilaar wanneer zij ongehoorzaam is aan het bevel niet naar de brandende stad om te kijken terwijl zij vluchten.
Terwijl ze schuilen in een grot, voeren de twee dochters van Lot (in de overtuiging dat zij en hun vader de enigen zijn die nog in leven zijn) hun vader dronken, liggen met hem en worden zwanger. De twee zonen die uit dit incident worden geboren, verwekken de volkeren Moab en Ammon.
Abraham verhuist naar Gerar, waar de Filistijnse koning Abimelech Sara – die wordt voorgesteld als Abrahams zuster – meeneemt naar zijn paleis. In een droom waarschuwt G-d Abimelech dat hij zal sterven tenzij hij de vrouw aan haar man teruggeeft. Abraham verklaart dat hij bang was dat hij gedood zou worden vanwege de mooie Sarah.
G-d herinnert zich Zijn belofte aan Sara, en geeft haar en Abraham een zoon, die Isaac (Jitschak, wat “zal lachen” betekent) wordt genoemd. Isaak wordt besneden op de leeftijd van acht dagen; Abraham is honderd jaar oud, en Sara negentig, bij de geboorte van hun kind.
Hagar en Ismaël worden verbannen uit Abrahams huis en zwerven in de woestijn; G-d hoort de schreeuw van de stervende jongen en redt zijn leven door zijn moeder een bron te laten zien. Abimelech sluit een verdrag met Abraham in Beersheba, waar Abraham hem zeven schapen geeft als teken van hun wapenstilstand.
G-d test Abrahams toewijding door hem op te dragen Izaäk te offeren op de berg Moria (de Tempelberg) in Jeruzalem. Isaak wordt gebonden en op het altaar geplaatst, en Abraham heft het mes om zijn zoon te slachten. Een stem uit de hemel roept om hem tegen te houden; een ram, die aan zijn horens in het kreupelhout is gegrepen, wordt in Izaäks plaats geofferd.
Vrij vertaald van chabad.org.
