Parsjat Wajiegasj in een Notendop

De naam van de parasja “Wajiegasj” betekent “En hij naderde” en is te vinden in Genesis 44:18.
Juda benadert Jozef om te pleiten voor de vrijlating van Benjamin, en offert zichzelf als slaaf aan de Egyptische heerser in Benjamin’s plaats. Wanneer hij getuige is van de loyaliteit van zijn broers jegens elkaar, onthult Joseph zijn identiteit aan hen. “Ik ben Jozef,” verklaart hij. “Leeft mijn vader nog?”
De broeders worden overspoeld door schaamte en berouw, maar Jozef troost hen. “Het was niet jullie die me hier naartoe stuurden,” zegt hij tegen hen, “maar G-d. Het is allemaal van bovenaf beschikt/voorgeschreven om ons, en de hele regio, te redden van hongersnood.”
De broers haasten zich terug naar Canaan met het nieuws. Jacob komt naar Egypte met zijn zonen en hun families – zeventig zielen in totaal – en wordt na 22 jaar herenigd met zijn geliefde zoon. Op zijn weg naar Egypte ontvangt hij de G-ddelijke belofte: “Vreest niet naar Egypte te gaan; want ik zal daar van u een groot volk maken. Ik zal met je naar Egypte afdalen, en ik zal je ook zeker weer naar boven brengen.”
Jozef verzamelt de rijkdom van Egypte door voedsel en zaad te verkopen tijdens de hongersnood. Farao geeft Jacob’s familie het vruchtbare graafschap Goshen om zich te vestigen, en de kinderen van Israël bloeien in hun Egyptische ballingschap.
Vrij vertaald van chabad.org.
