Lezen en belevenParsjaParsjat Teroema in een Notendop

Parsjat Teroema in een Notendop

De naam van de parasja “Teroema” betekent “Offergave” en is te vinden in Exodus 25:2.

Het joodse volk wordt opgeroepen dertien materialen bij te dragen – goud, zilver en koper; blauwe, paarse en roodgeverfde wol; vlas, geitenhaar, dierenhuiden, hout, olijfolie, specerijen en edelstenen – waarvan G-d tegen Mosje zegt: “Zij zullen voor Mij een Heiligdom maken, en Ik zal te midden van hen wonen.”

Op de top van de berg Sinaï krijgt Mosje gedetailleerde instructies over hoe deze woning voor G-d te bouwen, zodat deze gemakkelijk gedemonteerd, vervoerd en weer opgebouwd kan worden als het volk door de woestijn trekt.

In de binnenkamer van het Heiligdom, achter een artistiek geweven gordijn, stond de ark met daarin de tafelen van het getuigenis, gegraveerd met de Tien Geboden; op het deksel van de ark stonden twee gevleugelde cherubijnen, gehamerd uit puur goud. In de buitenste kamer stond de zevenarmige menora en de tafel waarop het “toonbrood” werd gelegd.

De drie muren van het heiligdom waren samengesteld uit 48 rechtopstaande houten planken, die elk met goud bedekt waren en omhoog werden gehouden door een paar zilveren voetstukken. Het dak bestond uit drie lagen bedekking: a) wandtapijten van veelkleurige wol en linnen; b) een bedekking van geitenhaar; c) een bedekking van rams- en tachashuiden. Over de voorkant van het Heiligdom was een geborduurd scherm dat omhoog werd gehouden door vijf palen.

Rondom het Heiligdom en het koperen altaar dat ervoor stond, was een omheining van linnen gordijnen, ondersteund door 60 houten palen met zilveren haken en versieringen, en versterkt door koperen palen.

Vrij vertaald van chabad.org.