De enige zoon van de koning

De Ba’al Sjem Tov deelde een betekenisvolle gelijkenis: Een koning had een enig kind dat buitengewoon intelligent en zeer geliefd was. De koning en zijn zoon besloten samen dat het goed zou zijn voor de prins om naar verschillende landen te reizen, om daar wijsheid op te doen en verschillende culturen te ervaren. Dus, met bedienden en kostbaarheden, werd de prins op reis gestuurd.
Echter, tijdens zijn reizen verspilde de prins al het geld aan plezierige zaken die hij gewend was in het paleis. Hij gaf zijn geld zelfs uit aan activiteiten die niet passend waren voor een prins, omdat hij ver weg was van huis. Uiteindelijk kwam hij in een vreemd land waar niemand zijn vader kende en niemand geloofde dat hij een prins was.
Na vele jaren zonder bezit besloot de prins terug te keren naar het paleis van zijn vader. Maar hij was zo lang weg geweest dat hij zijn moedertaal was vergeten. Toen hij terugkwam bij het paleis, kon hij niet communiceren met de bewakers. Hij probeerde hen duidelijk te maken dat hij de prins was, maar ze lachten hem uit. In zijn uiterste wanhoop begon hij luid te huilen. De koning herkende de stem van zijn zoon en ging naar hem op zoek. Toen ze elkaar vonden, omhelsden en kusten ze elkaar.
De betekenis van deze gelijkenis: De koning staat voor G-d en de prins vertegenwoordigt het Joodse volk. G-d stuurt onze ziel naar deze wereld om de Tora en mitswot (geboden) na te leven, zodat onze zielen kunnen groeien en nieuwe hoogten kunnen bereiken. Echter, we laten ons vaak afleiden door de wereldse verlokkingen en vergeten wie we werkelijk zijn. Dus uiten we een eenvoudige roep tot onze Vader in de hemel. Dit is het blazen van de sjofar, een kreet van diep van binnen, die spijt betuigt voor het verleden en vastberadenheid tonen voor de toekomst. Het ontlokt G-d’s genade en Hij toont ons zijn onveranderlijke genegenheid en vergeeft ons.
Vrij vertaald van Chabad.org
