Sjoesjan Poeriem

De dag na poeriem (15 Adar) is “sjoesjan poeriem”, de dag waarop de bewoners van Jeruzalem en andere oude ommuurde steden dit vreugdevolle feest vieren.

Dit is de reden: De gevechten tussen de Joden en hun vijanden door het Perzische rijk vonden plaats op 13 adar. Over de hele wereld rustten de Joden en vierden ze op de volgende dag—14 adar. In de hoofdstad Sjoesjan, echter, waar er een groter aantal Jodenhaters was, duurden de gevechten twee dagen, op 13 en 14 adar. De feestelijkheden van de overwinning in Sjoesjan werden dus gehouden op de 15e. Toen het feest van poeriem werd vastgesteld op de 14e van adar, besloten de wijzen dat de bewoners van sjoesjan poeriem permanent op de 15e van adar moesten vieren—de dag waarop de Joden van Sjoesjan hun overwinning vierden. De 15e van adar wordt daarom “sjoesjan poeriem” genoemd.

Welke steden zijn inbegrepen?
Naast Sjoesjan (dat zich in het moderne zuidwesten van Iran bevindt), vieren alle steden die ommuurd waren op de tijd dat de Israëlieten, onder leiding van Jehosjoea, het land Kanaän binnenkwamen, poeriem op de 15e.

Tegenwoordig is de enige stad waarvan we zeker weten dat het muren had in de tijd van Jehosjoa, Jeruzalem. En inderdaad, in de heilige stad wordt poeriem feestelijk gevierd één dag later dan in alle andere steden. Er zijn een aantal andere oude steden in Israël, zoals Jaffa en Tiberias, waarvan het redelijk twijfelachtig is of ze ommuurd waren in de tijd van Jozua. Deze steden vieren volgens sommige meningen (deels) twee dagen poeriem.

De drie-daagse poeriem
De 14e van adar—de “reguliere poeriem”—kan nooit op sjabbat vallen, maar de 15e van adar kan dat wel. Voor de bewoners van Jeruzalem resulteert dit in het unieke fenomeen van een “drievoudige” of drie-daagse poeriem. Omdat een aantal poeriem mitswot niet op sjabbat uitgevoerd kunnen worden, worden de vieringen verspreid over een periode van drie dagen.

  • Vrijdag: Megilla lezen, in de avond ervoor en overdag. Geschenken aan de armen tijdens de dag van vrijdag.
  • Sjabbat: De poeriem we’al hanissim wordt toegevoegd aan alle gebeden van de dag en de zegeningen na de maaltijd. De maftir van de dag is de Toralezing voor poeriem, en voor de haftara herhalen we het verhaal van Sjaul en Amalek—dat vorige week werd gelezen tijdens Parsjat Zachor.
  • Zondag: We geven misjloach manot aan onze vrienden, en genieten van de poeriemmaaltijd tijdens de dag van zondag.

Solidariteit met Jeruzalem
De Rebbe schreef in een openbare brief aan het joodse volk op 11 Adar 5741 (1981): “Het zou daarom passend en goed zijn, heel goed, dat op deze zondag [wanneer de inwoners van Jeruzalem de ‘derde dag van poeriem’ vieren] Joden overal in de wereld extra vreugdevolle activiteiten ondernemen: woorden van Tora (die ‘het hart verblijden’), andere Joden verblijden met een gevoel van liefde, en, indien passend of nodig, door het sturen van misjloach manot en het geven van geschenken aan de armen . . . “En door dit alles verder eenheid creëren met Jeruzalem, waartoe we dagelijks wenden tijdens elke gebed: ‘En zij zullen tot G‑d bidden via de stad die U hebt gekozen’—gekozen en gegeven aan elke jood voor altijd, een eeuwige erfenis.”

Vertaald vanuit Chabad.org