De verborgen hand van G-d

Megilat Esther is het enige Bijbelse boek waarin G-d’s naam niet wordt genoemd. Dit was om te voorkomen dat Perzische kroniekschrijvers G-d’s naam zouden vertalen naar hun afgoden. 

Maar er is ook een diepere spirituele boodschap.

Net zoals G-d’s naam verborgen is in de megila, lijkt ook de naam van het feest, Poeriem, niets te zeggen over het wonder van redding. Het verwijst naar het lot dat Haman wierp, wat eerder wijst op de dreiging dan op het wonder. Toch wordt Poeriem gevierd met grote, onbeperkte vreugde.

Mordechai en Esther hadden aanzienlijke invloed in de koninklijke hofhouding, maar kozen ervoor om eerst op spirituele redding te vertrouwen. Ze riepen het joodse volk op tot vasten en tesjoewa (tot inkeer komen / terugkeer). Pas daarna gebruikten ze hun politieke invloed.

Dit leert ons dat natuurlijke gebeurtenissen slechts verhullingen zijn voor G-d’s leiding. Dreigingen zijn een oproep tot introspectie en verbetering. Ware redding komt door spirituele handelingen, terwijl de praktische acties slechts een omhulsel zijn.

Poeriem herinnert ons eraan dat G-d zelfs in het alledaagse aanwezig is. Wanneer we ons aan Hem verbinden, kunnen we wonderen zien, zelfs binnen de grootste duisternis.

Gebaseerd op een toespraak van de Lubavitcher Rebbe tijdens Poeriem 1966