De Garantie

Terwijl het Joodse volk zich voorbereidde op het ontvangen van de Tora, klom Mozes zelf de berg op.

Daar zei G‑d tegen hem: “Verzamel het hele volk, maar spreek eerst met de vrouwen. Laat hen Mijn woorden horen en begrijpen. Als zij het in hun hart opnemen, zullen zij hun mannen helpen om hun kinderen op te voeden volgens Mijn Tora.

“En daarna, Mozes, als je met de vrouwen hebt gesproken, ga dan naar de mannen en leer hen alles wat Ik je heb verteld. Vergeet geen enkel woord!”

Mozes ging toen terug naar het volk en vertelde alles precies zoals G‑d het hem had opgedragen.

Toen Mozes uitgesproken was, riepen alle mensen samen:

“Alles wat G‑d ons zegt, zullen we doen!”

Maar G‑d wilde eerst nog iets. Hij vroeg: “Wie geven jullie als garantie dat jullie je belofte ook echt zullen houden?”

Het volk zei: “Onze voorouders — Abraham, Izaäk en Jakob — zullen onze garantie zijn.”

Maar G‑d antwoordde: “Nee. Abraham twijfelde zich aan Mij door te vragen: ‘Hoe weet ik dat ik het land Kanaän zal krijgen?’ Izaäk hield van Esau, die Mij haatte. En Jakob zei eens: ‘G‑d ziet mijn weg niet.’

Dus dat zijn geen goede garanties. Jullie moeten met iets beters komen.”

Het volk dacht even na en zei toen:

“Zult U onze kinderen accepteren als garantie? Wij beloven U dat we hen de Tora zullen leren en dat zij die weer aan hun kinderen doorgeven — voor altijd.”

“Ja,” zei G‑d, “jullie kinderen zijn de beste garantie die jullie Mij kunnen geven. ”

“Wij beloven trouw de Tora te leren en aan onze kinderen te onderwijzen, zodat ook zij dat blijven doen, generatie na generatie.”

“Jullie belofte maakt Mij erg blij,” zei G‑d, “en nu kijk Ik uit naar jullie mooie daden.”

Vrij vertaald van Chabad.org