Het verdwaalde lammetje

Het verdwaalde lammetje

Als de feestdagen van het nieuwe jaar naderen is de vakantie alweer voorbij. Maar de herinneringen eraan zijn nog vers. Is het een wonder dat dan, denkend aan weide en heide, opnieuw het gedicht van het verdwaalde lammetje nostalgisch in mij opkomt?

Lammetje! loop je zo eenzaam te blaten
Over de hei!
Hoe kom je hier, zoo van allen verlaten?
Bleef je niet liever daarginds op de wei?
Lammetje! hier groeien bloemen noch gras,
Hier is geen watertje dat ge zou lusten
Hier is geen schaduw om onder te rusten…
En als je dan nog zo klein maar niet was!

Kind’ren ik had al zo lang lopen spelen
Ginds op de wei,
Altijd dat grazen begon te vervelen,
‘k Wou eens zien hoe het hier was op de hei.
Ach nu verdwaalde ik al verder en meer.
‘k Zoek er mijn moedertje,
‘k zoek er mijn vrinden,
‘k Zoek om wat gras en wat water te vinden:
Was ik eens thuis, ik verliet het niet weer – 

Schaapje wij zullen de weg je wel leeren
Over de hei.
Ga maar met ons en geen leed zal je deren.
Zeker! wij brengen je weer op de wei.
Maar, maak dan voort, of we laten je staan.
Moeder ziet zeker al uit waar we toeven.
Waarlijk ik zou haar niet graag zoo bedroeven
Als jij je moeder vandaag hebt gedaan!

De dichter zal het zeker niet zo bedoeld hebben, maar ik ben zo vrij diepere gedachten in zijn woorden te leggen.

Het verdwaalde lammetje staat aan het einde van Psalm 119. Dat verdwaalde lammetje is het joodse volk, verdwaald/dwalend temidden van de volkeren van de wereld. Iedere jood kan zo’n lam zijn. Eenzaam, van allen verlaten. En de vraag wordt hem/haar gesteld: waarom ben je uit je eigen gemeenschap/groep weggegaan? Hier is immers geen water!

Het verdwaalde lam beschikt niet over water. Evenmin over schaduw om te rusten. Waarmee (zie Rasjie) de bescherming wordt bedoeld die van de tsadiek (rechtschapene) uitgaat; heel bijzondere mensen die door hun voorbeeld houvast geven aan hen die dwalend zijn.

In het tweede couplet geeft het ‘verdwaalde lam’ antwoord: ik wou ook wel eens wat anders dan altijd weer alleen dat Jodendom. Het begon me te vervelen. Maar het leidde er tenslotte toe dat ik verdwaalde.

Door lering wijs geworden wil ‘het verdwaalde lam’ uiteindelijk toch terug naar de bron en daar blijven.

Wie kunnen bij dat proces van terugkeer helpen? In het derde couplet zijn het de kinderen die op deze vraag antwoord geven. Men gaat met hen mee, terug naar waar zij toeven. En zoals zij G’d niet bedroeven, zullen de verdwaalde lammetjes van weleer dat ook niet meer doen.

Vroeger begon ik dikwijls bij de woorden ‘Hier is geen watertje, dat ge zoudt lusten’ te huilen.

Dat is ook nu het geval. Ik ben bedroefd om de vele verdwaalde lammetjes in joods Nederland die de aspecten van Tora en Traditie missen.

Toch: velen, in alle leeftijdsgroepen, hebben intussen wel ‘water’ en ‘schaduw’ gevonden. De belangstelling voor al wat joods is, naar normen en waarden van Tora en Traditie, neemt sterk toe. Het groeiende Cheider, is daar een van de bewijzen van!

Ik wil eindigen met verlangens voor het komende jaar.

Moge het een jaar zijn waarin wij:

  • G’d accepteren als Schepper van de wereld en daarmee ook als Koning en Wetgever (Rosj Hasjana – Joods Nieuw Jaar)
  • Gemaakte fouten toegeven en verbeteren (Jom Kippoer – Grote Verzoendag)
  • G’d als Beschermer ervaren en tot meer tolerantie ten opzichte van elkaar komen (Soekot – Loofhuttenfeest)
  • Ons intens blij en gelukkig voelen met ons joods zijn en het daarmee verbonden leven van Tora en Traditie (Sjeminie Atseret en Simchat Tora – Vreugde der Wet)

Moge het nieuwe jaar een jaar van vrede zijn voor Israël en de gehele mensheid. Met G’ds hulp móét het lukken!

Bron: Rond de Bron

Rabbijn Ies Vorst (1938–2023) overleefde als kind de Holocaust en werd later de eerste hoofd-sjaliach (afgezant) van de Lubavitch – Chabad beweging in Nederland. Gedurende bijna zes decennia gaf hij leiding, onderwijs en inspiratie aan de Joodse gemeenschap. Zijn woorden en daden zijn een bron van licht voor velen, binnen en buiten de Joodse gemeenschap.