Diep Religieuze Verbondenheid

Het is de tijd van de Drie Weken. De verwoesting van de eerste Tempel en de verwoesting van de tweede Tempel. Het begin van de lange ballingschap die pas zal eindigen met de komst van de Masjieach. Zo is dat voorspeld. Hoe zal het allemaal gaan?
Opmerkelijk is een voorspellende beschrijving die Rabbi Sjimon bar Jochai in zijn boek De Zohar deed. Achttien (!) eeuwen geleden voorspelde hij.
- Dat het vruchtbare heilige land, overvloeiend van melk en honing, woest zou zijn,
- Dat het land gedurende een lange periode onder Arabische heerschappij zou staan,
- Dat tegen het einde der tijden het joodse volk zou beginnen zich opnieuw in het joodse land te vestigen,
- Dat de Arabieren zich met alle macht en middelen tegen deze joodse terugkeer zouden verzetten.
Heel opmerkelijk! Bovendien: wie had achttien eeuwen geleden überhaupt gehoord van de “Israëlieten, afgodendienaars, ver weg wonend in de woestijn van het Arabische schiereiland?”
De door G’d geïnspireerde voorspelling van Rabbi Sjimon kwam uit. Het Arabische woestijnvolk verscheen onverwacht op het wereldtoneel van politiek en religie. De Ismaëlieten veroverden Erets Jisrael en heersten daar eeuwen en eeuwen. Het vervolgde en geslagen volk van Israël begon terug te keren naar het land der vaderen. En de Arabische volkeren probeerden op alle mogelijke en onmogelijke manieren deze terugkeer te belemmeren. Zoals 1800 jaar eerder voorspeld!
Wij voelen ons diep-religieus met het Heilige Land verbonden. Maar er zijn mensen die tegenwerpen en zich afvragen: diep-religieuze verbondenheid, is dat nog iets van deze tijd?!
Voor ons zeker. Maar ook voor één miljard Mohammedanen die op grond van de Koranprincipes van “Dar al Islam” en “Dar al Charb” nimmer akkoord zullen en kunnen gaan met een blijvende joodse staat op gewijde, islamitische grond.
Beangstigend? Ja! Maar ook nee! Want Rabbi Sjimon bar Jochai citeert in zijn voorspelling de profeet Jeremia: “We’eet tsara hie leja’ak ov oemimèna jiwa’sjee’a – Het zal een tijd van benauwenis zijn voor het joodse volk, maar juist uit deze toestand zal de hulp voortkomen!” Moge deze hulp spoedig komen!
Bron: Rond de Bron
