De betekenis van het lijden

In vijfhonderd woorden de betekenis van het lijden uitleggen, dat is onmogelijk. Daarvoor is het onderwerp te breed en te diep. Wel is het mogelijk om enkele gedachten hierover neer te schrijven om u een idee te geven hoe in het jodendom over lijden wordt gedacht.
- Over een Rebbe las ik het volgende: de man leed erg veel pijn. Toch was hij altijd opgewekt. Men vroeg hem hoe hij dat kon opbrengen. Hij antwoordde: “de pijn die ik heb geleden, is er nú niet meer. De pijn die nog gaat komen, is er nú ook niet. Welke pijn voel ik dan nu wel? De pijn van dit moment en dit moment is zo voorbij……”
Zo ging deze Rebbe met pijn, met lijden, om. Vroeg hij zich wel af wat de reden, de betekenis van dit lijden kon zijn? In ieder geval: hij accepteerde het lijden als een door G’d veroorzaakt feit waar zeker wel een Hemelse reden voor zou bestaan. - Toen bijna dertig jaar geleden de Kalever Rebbe Nederland bezocht, vertelde hij over een heel bejaarde man aan wie men had gevraagd hoe hij zo oud was geworden. Niet roken, gezond eten, op tijd naar bed? De man had geantwoord: de reden dat ik zo oud ben? Ik vraag nooit “waarom”. Want als je vraagt waarom, zegt G’d: “kom maar naar Boven, dan zal Ik het je uitleggen”.
- Het kan niet anders zijn dan dat voor elk lijden een reden is. En het kan ook niet anders zijn dan dat deze reden ons onbekend is. Maar het feit dàt er een reden is – en G’d weet welke – doet begrijpen dat het lijden betekenis moet hebben.
- In mijn boekje “Over Pijn Zingen – Overpeinzingen na het verlies van een geliefde” citeerde ik de bekende Rotterdamse arts en publicist D. Hausdorff, die in zijn “Jom Jom” (herdruk N.I.K.) G’d’s antwoord aan Job in een vrije samenvatting weergeeft:
“Denk je werkelijk Job, dat je alles kunt begrijpen? De mens is zo klein en heeft zo weinig verstand, dat hij niet alles begrijpen kan, wat G’d doet. Heb jij soms de wereld geschappen, Job? Laat jij de zon en de maan en de sterren in hun vaste baan lopen? Zorg jij ervoor, dat de dieren op tijd hun voedsel krijgen? Laat jij de donder rollen en de bliksem door de hemel flitsen? Moet de mens niet bescheiden zijn en weten, dat hij de Almachtige, de wijze G’d, vaak niet begrijpen kan?” - Besluiten wil ik deze overdenking met een verklarende vertaling die ik tegenkwam in het begin van Psalm 23: “G’d is mijn Herder; niets zal mij ontbreken! Zo wordt meestal de Hebreeuwse tekst vertaald. Maar Koning David komt ons hier meer vertellen. Hij bidt: “G’d is mijn Herder. Moge dit inzicht, dit geloof mij nimmer ontbreken. Ook al ga ik door een dood-donker dal, ik ben niet bang, want ik weet U bij mij”.
- En toch, ook met die overtuiging, vragen wij mèt Koning David: “Mogen alleen geluk en liefde ons lot zijn!”
Bron: Rond de Bron
