Lezen en belevenInzicht en InspiratieToe Bisjwat – Nieuwjaar van de bomen

Toe Bisjwat – Nieuwjaar van de bomen

Op de vijftiende dag van de maand Sjewat, het Nieuwjaar voor de Bomen is het de gewoonte om veel fruit te eten. Vooral die soorten waar het land Israel om geprezen werd, namelijk: druiven, vijgen, granaatappels, olijven en dadels.

Als je een van de hiervoor genoemde vruchten eet, moet je er aan denken de beracha vóór het eten ervan te zeggen, en ook de “lange” beracha van na het eten van deze vruchten.

Een van de afdelingen van de Misjna heet Rosj Hasjana. Daar wordt ons verteld over de vier Nieuwjaarsdagen. Twee van deze zijn heel bekend: Rosj Hasjana op de eerste twee dagen van Tisjrie en Rosj Hasjana voor de Bomen, Toe Bisjwat, op 15 Sjewat. In de Tora staat: “Want de mens is als een boom van het veld” (Dewariem 20:19). Onze geleerden vertellen ons dat de mens in veel aspecten inderdaad veel op een boom lijkt, en dat de mens veel van de boom kan leren.

Een van de dingen die we van bomen kunnen leren is dat zij altijd groeien. Zo lang als zij leven, groeien zij. Zelfs in de winter, als het lijkt alsof de bomen slapen, zijn hun wortels al onder de grond bezig, opdat er straks nieuwe bladeren en nieuwe knoppen zullen verschijnen. Wat aan de buitenkant lijkt op een onderbreking in het groeiproces, is slechts een pauze om nieuwe krachten te verzamelen om verder te groeien en om ieder jaar weer nieuw en vers fruit te produceren. Daarom wordt de wereld van planten en groenten in het Hebreeuws Tsomeach genoemd, wat “groeiend” betekent.

Als een boom constant groeit, moet een mens zeker ook constant groeien. Een boom kan slechts fysiek groeien; in zijn wortels, stam, takken, bladeren en fruit. Een kind groeit zowel lichamelijk als geestelijk. Als een kind groeit, wordt hij groter en sterker. Zijn hersens ontwikkelen zich, zijn karakter ontwikkelt zich, hij krijgt meer kennis en ook zijn gedrag wordt volwassener.

Op een gegeven moment zal de mens fysiek niet meer groeien, maar zijn mentale en geestelijke groei blijft voortgaan. Daarbij geldt voor jong en oud dat zij niet in meters en centimeters moeten worden gemeten, maar naar de mate waarin zij leren en de opgedane kennis benutten in het alledaagse leven.

De echte maatstaf waarmee wij gemeten worden is onze kennis van Tora en Mitswot en de vervulling daarvan. Dit zijn onze wortels en vruchten. Hier moeten wij constant in groeien. Ook al voelen wij ons volgroeid wat betreft onze kennis van Tora en Mitswot, toch moeten we iedere dag iets meer groeien. Morgen moeten we volgroeider zijn dan vandaag en de dag daarna moeten we weer verder groeien. Er is altijd ruimte voor verbetering en de tijd is er altijd rijp voor.

Bron: Talks and Tales