De les van de Sefierat Ha’omer, de zeven hele weken

Elke mitswa is van grote betekenis. Elke mitswa bevat belangrijke lessen, want alle mitswot zijn ons door G’d, Wiens wijsheid en goedheid oneindig is, gegeven.
De Tora verklaart vaak niet waarom een mitswa volbracht moet worden. Wel benadrukt de Tora veelvuldig dat alle mitswot voor ons eigen bestwil zijn; zowel hier in het aardse leven, als in het komende eeuwige leven.
Er zijn redenen waarom de Tora ons in het algemeen niets over het specifieke belang van de verschillende mitswot vertelt. Een hoofdregel is dat het vervullen van de mitswa essentieel is. Het is niet noodzakelijk dat wij het belang of het nut van de mitswa volledig begrijpen. Wij doen de mitswa omdat G’d ons opgedragen heeft deze te doen. Onze instemming daarvoor is niet nodig. Zou dat wel zo zijn, dan zouden wij ons menselijk verstand en begrip boven dat van G’d plaatsen.
Behalve dat: het zou meer dan een mensenleven kosten om alles wat over de mitswot geleerd worden kan, te begrijpen. Want de mitswot zijn door G’d gegeven en G’d is oneindig. Als een mens het doen van mitswot zou uitstellen totdat hij ze volledig begrepen had, kwam hij er niet eens aan toe om een enkele mitswa te verrichten! Toch moeten wij wel proberen om zoveel mogelijk over de mitswot, hun betekenis en wat zij ons onderwijzen, te leren. Alleen niet als voorwaarde dat je de mitswa eerst moet begrijpen om hem te kunnen doen. Want hoewel de geschreven Tora (Tora, Newi’iem, Ketoewiem, = TeNaCH) niet gedetailleerd op de mitswot ingaat, is er in de Misjna, Talmoed, Midrasj enz. veel over de mitswot onthuld. Ons mondeling overgeleverd vanaf Mosje Rabbenoe en vervolgens opgetekend door onze grootste geleerden.
Wat weten wij over de mitswa van het tellen van de Omer?
Een paar punten. Allereerst: Wij weten dat de dagen van de Omer-tijd Pesach – het feest van onze bevrijding uit Egypte – met Sjawoe’ot -het feest van het ontvangen van de Tora op de Berg Sinai- verbindt. Dit geeft aan dat het doel van de uittocht was om de Tora te ontvangen, zoals G’d aan Mosje Rabbenoe had meegedeeld (Sjemot 3:12).
Het is duidelijk dat slavernij iets verschrikkelijks is. Niemand heeft het recht om een ander tot slaaf te maken; ieder mens heeft het recht om vrij te zijn. Maar de Tora leert ons dat zelfs een vrij man een slaaf kan zijn – een slaaf van zichzelf, van zijn gewoonten, of van zijn passies, zijn ambities, of van zijn eigen karakter. Als je geen controle over jezelf hebt en een innerlijke dwang hebt om verkeerde dingen te doen, dan ben je net zo goed een slaaf als wanneer iemand anders je tot deze daden zou dwingen. Daarom werd onze voorouders verteld dat zij uit de Egyptische slavernij bevrijd werden om daarna echt bevrijd te worden. Dat zij pas echt vrij zullen zijn wanneer zij G’ds Tora zouden ontvangen en accepteren. Want de Tora leert wat echte vrijheid is en hoe men in echte vrijheid kan leven.
Onze voorouders begrepen dit en zij begonnen meteen de dag nadat zij Egypte hadden verlaten, de dagen en de weken te tellen. Tot die grootse dag dat zij de Tora –G’ds grootste geschenk aan de mensheid en aan het Joodse volk in het bijzonder- zouden ontvangen. Zij begrepen ook dat het tellen niet genoeg was. Zij moesten zich op deze grootse gebeurtenis voorbereiden. Omdat zij honderden jaren onder het Egyptische juk hadden geleefd, waren zij misschien onbewust door hun slechte omgeving beïnvloed. Zij hadden waarschijnlijk slechte gewoonten, slechte waarden en normen van de Egyptenaren overgenomen. Want hoewel de Egyptenaren dan weliswaar de heer en meesters over de slaven waren, zijzelf waren slaven van hun eigen wrede karakter. Onze voorouders begrepen dat zij, nu zij van de Egyptenaren waren bevrijd, zichzelf nog van de Egyptische invloeden moesten bevrijden. Daarom namen zij zich voor om zich, de dagen tellend, iedere dag iets te verbeteren. Zodat wanneer de dag van de Mattan Tora zou komen, zij het ontvangen van G’ds Tora en G’ds geboden – G’ds grootste geschenk – waardig zouden zijn.
Zeven hele weken
De Omer telt negenenveertig dagen, dat zijn zeven weken. Zeven is een belangrijk getal. Er zijn zeven menselijke karaktereigenschappen zoals vriendelijkheid, kracht, genadigheid. Elke eigenschap bevat ook kenmerken van de andere eigenschappen. Dus zijn er in totaal zeven maal zeven= negenenveertig karakteraspecten. Wie al deze aspecten zuivert en verfijnt, is een ‘compleet’ mens geworden.
Dat is wat onze voorouders, uit Egypte komend, bereikten. Makkelijk was dat niet. Zij moesten hun karakter en hun kijk op de wereld helemaal veranderen. Van slavernij tot het hoogste niveau van heiligheid. Door middel van Tora en geboden een Koninkrijk van Kohaniem en een Heilig Volk worden. Dat zij hiertoe in staat waren, geeft aan dat G’d ieder mens de mogelijkheid geeft zijn wegen te veranderen. Het is een kwestie van ieders eigen wil en vastberadenheid.
De les van de Sefiera, het tellen van de dagen en weken tussen Pesach en Sjawoe’ot, in de zin van jezelf zuiveren, valt ook uit het woord ‘Sefiera’ af te leiden. Sefiera komt van dezelfde stam als saffier. Een saffier is een edelsteen van heldere, doorschijnende kwaliteit. De Alter Rebbe, de grondlegger van Chabad, verklaart dat de woorden “oesefartèm lachèm” (en jullie voor jezelf tellen) ook “jullie zullen jezelf als saffieren maken” betekent. Zo puur en helder dat het G’ddelijke licht er zonder belemmering doorheen kan schijnen. Zoals zonnestralen die door puur en helder water schijnen en niet door modderig en vuil water. Modderig water kun je ziften en laten uitlekken tot het weer puur en helder wordt. Net zo kun je je karakter zuiveren, tot je als een ‘saffier’ bent.
De Twee Broden van Sjawoe’ot
Deze les van de Sefiera, vind je ook terug in de twee geboden die moesten worden vervuld in de tijd van het Beet Hamikdasj, de tempel: het Omeroffer aan het begin en het offeren van twee broden aan het einde van de Sefiera, op de vijftigste dag, Sjawoe’ot.
Beide offers werden als dankoffer aan G’d voor de nieuwe oogst gebracht. Beide werden in alle zes richtingen horizontaal en verticaal bewogen. Om G’ds alom Aanwezigheid aan te duiden. Beide offers herinnerden ons er aan dat wij voor ons dagelijks brood afhankelijk van G’d zijn.
Er was ook een duidelijk verschil tussen deze twee. De Omer werd van gerst, in de vorm van meel gebracht, de Twee Sjawoe’ot Broden werden van tarwe gemaakt; niet in de vorm van meel, maar in de vorm van twee broden.
Wat leert ons dat? Gerst is, hoewel het ook door mensen gegeten kan worden, vooral voedsel voor dieren. Tarwe is menselijk voedsel. De Omer van gerst en de Twee Broden van tarwe werden respectievelijk op de tweede dag van Pesach en op Sjawoe’ot geofferd. Want dat is de tijd waarop deze twee graansoorten rijp worden. Maar tegelijkertijd is er een belangrijke les te leren uit het feit dat de Omer in de vorm van meel geofferd werd en de twee broden gebakken en klaar om te eten waren. En ook omdat de eerste het begin van de Sefiera markeerde en de laatste het einde. Door het tellen van de dagen van de Sefiera, in de zin van jezelf zuiveren en je voorbereiden op de ontvangst van de Tora en de mitswot, kun je veranderen van een ‘dierlijke’ staat naar het niveau van een compleet menselijk wezen, zoals hiervoor al is genoemd.
Hier en nu
De Omer en de Twee Broden werden geofferd toen het Beet Hamikdasj nog bestond. Maar zij zijn ook voor het hier en nu van belang. Zoals hierboven uitgelegd. Zo is het ook met de bevrijding uit Egypte en het geven van de Tora op de Berg Sinaï, de grootse historische gebeurtenissen die met de geboorte van ons Joodse Volk gepaard gingen. De lessen van deze feesten zijn – net als de Tora in het algemeen – eeuwigdurend en net zo relevant en geldig vandaag als toen de gebeurtenissen voor het eerst plaatsvonden.
Het is duidelijk: ieder van ons moet er naar streven een grotere mate van vrijheid te bereiken. Streef ernaar bevrijd te worden van afleidingen, dwangmatigheden en beperkingen, inclusief de bevrijding van slaafsheid aan ons karakter. Dan zullen wij een beter en zuiverder leven kunnen leiden en ons leven beter inrichten in overeenstemming met G’ds Wil, zoals Hij dit in Zijn heilige Tora heeft weergegeven. Het is dezelfde Tora die G’d ons meer dan 3300 jaar geleden op Sinaï heeft gegeven en die Hij ons als het ware ieder jaar opnieuw geeft!
(Bron: Talks and Tales)
