Balak | Vernoemd naar een boosdoener

Ter nagedachtenis aan Levi Yitschok ben Aryeh Leib HaKohen
De Parasha van deze week draagt de naam Balaak. Maar wie was Balaak eigenlijk? Hij was een kwaadaardige koning van Moaw. Een man die zo’n diepe haat koesterde jegens het Joodse volk dat hij de profeet Bilaam inhuurde om hen te vervloeken. Hij wist namelijk dat een militaire aanval zinloos was: het was overduidelijk dat G-d het Joodse volk beschermde.
Zijn strategie was daarom een spirituele aanval. Door het volk te vervloeken, dacht hij hun band met G-d te verbreken, in de hoop dat hun G-ddelijke bescherming dan zou verdwijnen. Daarom schakelde hij Bilaam in, een profeet die zijn gaven misbruikte voor het kwaad.
Toch rijst de vraag: waarom zou een hele Parasha in de heilige Tora genoemd worden naar een figuur als Balaak? Wat kunnen we leren van het feit dat zo’n negatieve naam bewaard is gebleven in de vorm van een titel van de hele Parasha?
Het antwoord ligt in een verrassende wending van de geschiedenis. Want weten jullie wie de kleindochter van Balaak was? Niemand anders dan de rechtshapen Ruth. Zij koos er vrijwillig voor om Joods te worden. Dankzij haar oprechte toewijding en geloof groeide zij uit tot een van de grootste vrouwen uit onze geschiedenis. Ruth werd de overgrootmoeder van koning David, uit wiens nageslacht uiteindelijk de Mashiach zal voortkomen.
Dit is de diepe boodschap van een Parasha die naar een slechterik vernoemd is: dat zelfs uit het meest verdorvene het allerhoogste kan voortkomen. Uit Balaak, die een profeet huurde om het Joodse volk te vervloeken, kwam uiteindelijk een koning voort die het volk zou leiden, zijn vijanden zou verslaan, en een stuk grond aankocht om daarop de Tempel in Jeruzalem te bouwen.
En later, uit zijn afstamming, zal Mashiach komen, de Joodse koning die het volk zal verzamelen, terug zal brengen naar Eretz Yisrael, de derde Tempel zal herbouwen, en vrede over de hele wereld zal brengen.
Deze geschiedenis is niet slechts een oud verhaal. Het spreekt tot ieder van ons. Want ook wij kunnen struikelen. Ook wij kunnen soms de weg kwijtraken, fouten maken, keuzes maken die ons ver van G-d en van onze eigen waarden brengen.
Maar in elk van ons heeft Hashem iets onbreekbaars geplaatst: tesjoewa. Dit woord wordt meestal vertaald als ‘inkeer’, maar wie het ontleedt, ziet: תשוב en ה — “keer terug naar Hashem”.
Onze ziel, dat G-ddelijke vonkje diep in ons binnenste, is onverwoestbaar. Want zoals G-d Zelf eeuwig is, zo is ook de ziel eeuwig, dat stukje van Hem dat in ons leeft. En zelfs als we het vergeten zijn, blijft het fluisteren: “Kom terug… kom terug…”
Elk mens heeft de mogelijkheid en de kracht om zijn eigen duisternis in licht te veranderen. Want duisternis heeft geen echte essentie; het is slechts de afwezigheid van iets wat altijd beschikbaar is: licht.
Geïnspireerd op lessen van Rav YY Jacobson.
Speciale dank aan: Rianne, Sonja en Devorah.
Klik hier om wekelijks per WhatsApp een artikel te ontvangen!