Lezen en belevenParsjaParsjat Dewariem in een Notendop

Parsjat Dewariem in een Notendop

De naam van de parasja “Dewarim” betekent “de woorden” en is te vinden in Deuteronomium 1:1.

Op de eerste van Sjewat (zevenendertig dagen voor zijn heengaan) begint Mozes zijn herhaling van de Tora voor het verzamelde joodse volk, waarbij hij terugblikt op de gebeurtenissen die plaatsvonden en de wetten die werden gegeven in de loop van hun veertigjarige reis van Egypte naar de Sinaï naar het Beloofde Land, waarbij hij het volk berispt voor hun tekortkomingen en ongerechtigheden, en hen opdraagt de Tora te onderhouden en zich aan de geboden te houden in het land dat G-d hen als een eeuwige erfenis geeft, en dat zij na zijn dood zullen binnengaan.

Mozes herinnert zich de aanstelling van rechters en magistraten om zijn last te verlichten van het rechtspreken van het volk en het onderwijzen van het woord van G-d; de reis van Sinaï door de grote en angstaanjagende woestijn; het zenden van de verspieders en de daaropvolgende verachting van het volk van het Beloofde Land, zodat G-d verordonneerde dat de hele generatie van de Exodus in de woestijn zou sterven. “Ook tegen mij,” zegt Mozes, “was G-d boos om jouwentwil, zeggende: Ook gij zult daar niet binnengaan.”

Mozes vertelt ook enkele recentere gebeurtenissen: de weigering van de volken Moab en Ammon om de Israëlieten door hun land te laten trekken; de oorlogen tegen de Emoritische koningen Sichon en Og, en de vestiging van hun land door de stammen Ruben en Gad en een deel van de stam Manasse; en Mozes’ boodschap aan zijn opvolger, Jehosjoea, die het volk naar het Land zal brengen en hen zal leiden in de gevechten voor de verovering ervan: “Vrees hen niet, want de Eeuwige, uw G-d, zal voor u strijden.”

Vrij vertaald van chabad.org.