Lezen en belevenParsjaParsjat Besjalach in een Notendop

Parsjat Besjalach in een Notendop

De naam van de parasja “Besjalach” betekent “Toen hij liet vertrekken” en is te vinden in Exodus 13:17.

Spoedig nadat Farao het Joodse volk had toegestaan uit Egypte te vertrekken, achtervolgt Farao hen om hun terugkeer af te dwingen en het Joodse volk zit gevangen tussen Farao’s legers en de zee. G-d vertelt Mosje om zijn staf over het water te heffen; de zee splitst zich op om de Joden door te laten en sluit zich vervolgens over de achtervolgende Egyptenaren. Mosje en het Joodse volk zingen een lied van lof en dankbaarheid aan G-d.

In de woestijn lijden de mensen dorst en honger, en ze klagen herhaaldelijk tegen Mosje en Aaron. G-d maakt op miraculeuze wijze het bittere water van Marah zoet, en laat Mosje later water uit een rots voortbrengen door het met zijn staf te slaan. Hij zorgt ervoor dat manna elke ochtend vóór de dageraad neer regent uit de hemel en dat er elke avond kwartels in het Joodse kamp verschijnen.

Het Joodse volk krijgt de opdracht om op vrijdag een dubbele portie van manna te verzamelen, omdat er geen zal neerdalen op Sjabbat, de G-ddelijk verordenende rustdag. Sommigen gehoorzamen niet en gaan manna verzamelen op de zevende dag, maar vinden niets. Aaron bewaart een kleine hoeveelheid manna in een pot als getuigenis voor toekomstige generaties.

In Rephidim worden de mensen aangevallen door de Amalekieten, die verslagen worden door de gebeden van Mosje en een leger dat door Jehosjoea wordt aangevoerd.

 Vrij vertaald van chabad.org.