Lezen en belevenParsjaParsjat Jitro in een Notendop

Parsjat Jitro in een Notendop

De naam van de parasja “Jitro” betekent “Jethro” en is te vinden in Exodus 18:1.

Mozes’ schoonvader, Jitro, hoort van de grote wonderen die G-d voor het joodse volk verrichtte, en komt vanuit Midjan naar het kamp van het joodse volk, en neemt Mozes’ vrouw en twee zonen mee. Jitro raadt Mozes aan een hiërarchie van magistraten en rechters aan te stellen om hem bij te staan in zijn taak om het volk te besturen en recht te spreken.

De kinderen van Israël slaan hun kamp op tegenover de berg Sinaï, waar hun wordt verteld dat G-d hen heeft uitverkoren om Zijn “koninkrijk van priesters” en “heilige volk” te zijn. Het volk reageert door te verkondigen: “Alles wat G-d gesproken heeft, zullen wij doen.”

Op de zesde dag van de derde maand (Siwan), zeven weken na de Exodus, verzamelt het hele volk Israël zich aan de voet van de berg Sinaï voor het geven van Tora. G-d daalt neer op de berg te midden van donder, bliksem, rookwolken en het geblaas van de shofar, en roept Mozes op om op te stijgen.

G-d verkondigt de Tien Geboden, en gebiedt het joodse volk in G-d te geloven, geen afgoden te aanbidden of G-ds naam ijdel te gebruiken, de Sjabbat te houden, hun ouders te eren, niet te moorden, geen overspel te plegen, niet te stelen, en geen valse getuigenis af te leggen of andermans eigendom te begeren. Het volk roept tot Mozes dat de openbaring te intens voor hen is om te dragen, en smeekt hem de Tora van G-d te ontvangen en aan hen over te brengen.

Vrij vertaald van chabad.org.