Parsjat Misjpatiem in een Notendop

De naam van de parasja “Misjpatiem” betekent “Verordeningen” en is te vinden in Exodus 21:1.
Na de openbaring bij Sinaï vaardigt G-d een reeks wetten uit voor het Joodse volk. Deze omvatten de wetten van de contractuele bediende; de straffen voor moord, ontvoering, aanranding en diefstal; burgerlijke wetten met betrekking tot het vergoeden van schade, het verstrekken van leningen en de verantwoordelijkheden van de “Vier Bewaarders”; en de regels voor de rechtspraak door rechtbanken.
Ook opgenomen zijn wetten die waarschuwen tegen mishandeling van uitgekomen personen; de inachtneming van de seizoensgebonden feesten, en de agrarische geschenken die naar de Heilige Tempel in Jeruzalem moeten worden gebracht; het verbod op het koken van vlees met melk; en de mitswa van het gebed. In totaal bevat de Parsja van Misjpatim 53 mitswot – 23 geboden en 30 verboden.
G-d belooft het Joodse volk naar het Heilige Land te brengen, en waarschuwt hen tegen het overnemen van de heidense manieren van de huidige bewoners.
Het Joodse volk verkondigt: “Wij zullen alles wat G-d ons beveelt doen en horen.” Terwijl hij Aaron en Hur achterlaat als leiders van het kamp, bestijgt Mozes de berg Sinaï en blijft daar veertig dagen en veertig nachten om de Tora van G-d te ontvangen.
Vrij vertaald van chabad.org.
