Tasjliech

Op de eerste dag van Rosj Hasjana, na het middaggebed, gaan we naar een meer, rivier of zee (bij voorkeur een plek waar er ook vissen zijn). Daar reciteren we de speciale Tasjliech-gebeden. Tijdens deze ceremonie werpen we symbolisch onze zonden in het water om onze oude tekortkomingen achter ons te laten en zo het nieuwe jaar met een schone lei te beginnen.

Als iemand niet in staat is om deze ceremonie op Rosj Hasjana uit te voeren, kan dit gedaan worden tot de laatste dag van Soekot.

Tasjliech komt van het Hebreeuwse woord ‘werpen’, wat verwijst naar de bedoeling om onze zonden weg te werpen via deze betekenisvolle en oude Joodse gewoonte. Zowel Asjkenazische als Sefardische gemeenschappen voeren deze traditie uit. In veel Nederlandse joodse gemeenten is het niet gebruikelijk.

Hoewel Tasjliech niet wordt genoemd in de Talmoed, lijkt de vroegste verwijzing naar deze gewoonte te vinden te zijn in het boek van de profeet Nechemja, waarin staat: “Alle Joden verzamelden zich als één in de straat die voor de poort van water ligt.” Het is bekend dat deze bijeenkomst op Rosj Hasjana heeft plaatsgevonden.

Er zijn verschillende redenen waarom Tasjliech bij het water wordt uitgevoerd:

Een van de redenen gaat terug naar het verhaal van Awraham op Rosj Hasjana. Toen Awraham op weg was om zijn zoon Jitschak te offeren, probeerde de satan hem meerdere keren tegen te houden. Op een bepaald punt verscheen er een rivier op zijn pad. Maar Awraham gaf niet op en ging moedig de rivier in, gevolgd door zijn kleine gezelschap. Toen het water zijn nek bereikte, bad Awraham tot G-d en de rivier droogde op. Deze daad van zelfopoffering wordt herdacht door naar een rivieroever te gaan tijdens Tasjliech.

Een andere reden om Tasjliech bij een rivier te doen, is omdat Rosj Hasjana de dag is waarop we G-d kronen als Koning van het universum. Joodse koningen werden traditioneel gezalfd naast rivieren, en daarom is het passend dat we G-d kronen als onze Koning naast een rivier.

Water met vissen heeft ook een speciale betekenis. Vissen worden niet beïnvloed door het “boze oog” en staan bekend om hun grote nakomelingen. Omdat vissen geen oogleden hebben, blijven hun ogen altijd open. Dit symboliseert het constante toezicht van G-d op ons leven, en we bidden dat Hij genadig voor ons zorgt. Net zoals vissen gevangen kunnen worden in een visnet, zo worden wij ook geconfronteerd met oordelen en uitdagingen in het leven. Het besef hiervan helpt ons om ons leven te evalueren en terug te keren naar het juiste pad.