De Joodse heldin

De stad Bethulia, in het land Judea, werd belegerd door een enorm leger met aan het hoofd de machtige Syrisch-Griekse generaal Holofernes. De reden van deze belegering was dat de Joodse inwoners weigerden de onderdrukkende heerschappij van de Syriërs te erkennen. Het Syrische leger omsingelde de stad en sloot de voedsel- en watervoorziening af, om zo de inwoners uit te hongeren en te onderwerpen.
Het duurde niet lang voordat de inwoners van de stad op het punt stonden zich over te geven. Bijna iedereen behalve Jehoediet. Zij benaderde de leiders van de belegerde stad en zei: “Ik vraag uw toestemming om de stad te verlaten. Ik wil naar Holofernes gaan.”
De leiders reageerden geschrokken. “Besef je wel wat je zegt?” Maar Jehoediet hield vol. “Het was eerder gebeurd dat G-d redding door een vrouw zond.” Uiteindelijk lieten ze haar gaan.
Jehoediet was gezegend met buitengewone charme en schoonheid, maar ze werd vooral gerespecteerd en bewonderd om haar vroomheid, bescheidenheid en liefdevolle vriendelijkheid.
Jehoediet ging naar de poorten van de stad gekleed in haar beste kleren. Daar werd ze door wachtposten van het vijandelijke leger tegengehouden: “Ik heb een belangrijke boodschap voor uw generaal, de dappere Holofernes,” zei Jehoediet. “Breng mij direct naar hem toe.”
“Wie ben je en waarom ben je hier?” vroeg Holofernes, zijn blik verheugd op deze onverwachte, charmante bezoekster. “Jehoediet is mijn naam. Ik kom u vertellen hoe de stad te veroveren.”
Vervolgens vertelde zij Holofernes over de wanhopige situatie in de belegerde stad, dat de inwoners erg weinig voedsel en water over hadden. “Hun geloof in G-d blijft sterk en zolang ze geloof hebben, zullen zij zich niet overgeven. Maar als het kosjere voedsel op is en zij in wanhoop vlees van onreine dieren moeten eten, dan denken zij dat de woede van G-d zich tegen hen zal keren en Hij hen niet meer zal beschermen.’’
Holofernes was volledig in de ban van de charmante jonge Joodse vrouw. ‘s Avonds nodigde Holofernes haar uit in zijn tent. Zij kwam en gaf hem veel kaas te eten waardoor hij erg dorstig werd. Toen bracht zij hem wijn, veel wijn, totdat hij in een diepe slaap viel. Op dat moment nam Jehoediet het zwaard van Holofernes, sprak een stil gebed uit en vroeg G-d haar te helpen met de volgende moedige stap. Zij onthoofde de verdoofde generaal, wikkelde het hoofd van de generaal in vodden, verborg het onder haar sjaal en liep rustig de tent uit terug naar Bethulia, direct naar de Joodse leiders.
Het was middernacht. De Joodse leiders konden hun ogen niet geloven. “Er is geen tijd te verliezen,” zei ze tegen de commandant: “Bereid je mannen voor op een verrassingsaanval bij zonsopgang, het kamp van de vijand is er niet op voorbereid. Wanneer ze naar de tent van hun commandant rennen, zullen ze zijn onthoofde lichaam vinden en zullen ze vluchten voor hun leven. . .”
Dit is precies wat er gebeurde.
Dit verhaal werd in verschillende versies naverteld. Volgens één versie gebeurde het in de tijd van de Makkabeese opstand tegen de Syrische onderdrukking en was Jehoedit een dochter van Jochanan, de hogepriester.
Vertaald vanuit Chabad.org
