Poeriem Zaragoza

In Aragon (Spanje) leefde ooit een machtige heerser. Zijn macht reikte over veel steden waar veel Joden onder zijn heerschappij leefden.

In Zaragoza, de hoofdstad, greep de grote Joodse gemeenschap de gelegenheid aan om de koning hun waardering te tonen. Telkens wanneer de koning een speciale gelegenheid vierde met een koninklijke parade die door de Joodse wijk trok, gingen de leiders van de Joodse gemeenschap naar hem toe. Ze droegen daarbij de prachtige kisten waarin hun Torarollen werden bewaard. De Sifree Tora (de Tora-rollen) lieten ze achter in de synagoges.

Dit eerbetoon beviel de koning zeer, en alles zou goed zijn gegaan als er niet een man aan het hof van de koning was die de Joden haatte en het niet kon verdragen dat de koning welwillend richting de Joden. Deze man heette Marcus en hij zocht naar een manier om de Joden in een kwaad daglicht te stellen en tegelijkertijd de koninklijke gunsten voor zichzelf te verwerven.

Toen Marcus toevallig ontdekte dat de Joden de koning tegemoet gingen met lege kisten, en ze de heilige Tora-rollen achterlieten in de synagoges, voelde hij dat dit het juiste moment was waar hij naar op zoek was, en vertelde dit aan de koning. De koning, geen kwaadwillende maar ook geen erg slimme man, werd gemakkelijk overtuigd door de sluwe Marcus.

Marcus suggereerde snel dat de koning het bevel moest geven om alle Joden uit het land te verdrijven of te doden. Hoe boos de koning ook was, hij had niet de bedoeling de Joden vreselijk te straffen, dus zei hij:

“Ik begrijp dat ze een krachtige G-d hebben. Zou Hij me niet straffen voor het schaden van Zijn volk?” “Ze zijn afgedwaald van hun religie en gehoorzamen Zijn geboden niet,” zei Marcus overtuigend.

“Maar als we de Joden uit ons land sturen, zal ons land daar dan niet onder lijden? Ze betalen immers belasting en ze zijn nuttige burgers.” “De Joden zijn echt zo verspreid over het land dat je hun afwezigheid niet bepaald zou opmerken,” drong Marcus aan.

“Luister Marcus, ik ben inderdaad erg boos op de Joden en ik ben het ermee eens dat ze streng gestraft moeten worden, als wat je zegt waar is. Maar ik wil rechtvaardig tegenover hen zijn, want tot nu toe hebben ze zich altijd loyale onderdanen getoond. Bij de volgende parade, wanneer de Joden me tegemoet komen, laat ik je naast me rijden. Ik geef je de bevoegdheid om hun heilige kisten te openen en als ze leeg blijken te zijn, mag je je plan tegen hen uitvoeren. Aan de andere kant, als wat je zegt onwaar is, dan zal de straf tegen jou worden gekeerd. Ben je bereid dat te accepteren? Ik ben niet van plan me door iemand voor de gek te laten houden.”

Marcus, die er zeker van was dat hij de juiste informatie had, stemde er direct mee in. Hij zag zichzelf al naast de koning rijden, naast de koning zitten en de rechterhand van de koning in alles.

De avond voor de koninklijke parade kon de sjamasj (koster) van de belangrijkste Joodse gemeenschap in Zaragoza niet slapen. Hij dacht aan het bezoek van de koning aan de Joodse wijk, en hij maakte zich zorgen. Hij draaide en woelde en werd overweldigd door een vreselijk gevoel dat er iets verschrikkelijks dreigde voor de Joodse gemeenschap. Hij voelde de drang om naar buiten te rennen en de leiders van de gemeenschap te waarschuwen, maar dacht dat ze hem zouden uitlachen, want alles was in orde wat hun betreft. Uiteindelijk viel hij in een onrustige slaap. Hij droomde dat er een oude, grijsbebaarde, statige man voor hem verscheen en zei: “Sta op! Verspil geen tijd. Gevaar dreigt voor de Joden. Haast je naar de synagoge en stop snel de Tora-rollen in hun kisten. Maar zeg tegen niemand een woord!”

Voordat de sjamasj de kans kreeg om iets te zeggen, verdween de droom. Bevend van angst werd hij wakker. Hij trok zijn kleren aan en rende snel naar de synagoge, al struikelend in het donker. Hij was er zeker van dat de man in zijn droom niemand minder dan de Profeet Eli’jahoe moest zijn en dat zijn droom een ernstige waarschuwing was die hij zonder vertraging moest opvolgen.

Wat de sjamasj niet wist, was dat hij niet de enige was aan wie de profeet verschenen was. Alle andere beheerders van synagoges in de stad Zaragoza hadden die nacht dezelfde droom. Ze waren ook haastig naar hun synagoges gegaan en hadden in het geheim de  Tora-rollen in hun kisten gestopt, in afwachting van wat er zou gebeuren.

De volgende ochtend klonk het geluid van de trompetten in de stad, wat het begin van de koninklijke parade aankondigde. Zoals altijd gingen de leiders van de Joodse gemeenschap naar buiten om de koning te begroeten.

Toen de koninklijke koets stopte zodat de koning de begroetingen van de leiders van de Joodse gemeenschap kon ontvangen, zei Marcus, die aan de zijde van de koning zat:

“Uwe Majesteit wil vast wel zien wat er in deze dingen zit die de Joden dragen.”

“Natuurlijk. Open de kisten!” beval de koning.

De Joden waren geschokt door het onverwachte verzoek. Wat zou de koning zeggen of doen? Ze hadden geen andere keus dan te gehoorzamen, dus met bezwaard hart openden ze de kisten en zagen tot hun verbazing en opluchting de Tora-rollen liggen.

De koning leek behoorlijk verrast. Wat Marcus betreft, verdween de blik van verwachting en triomf van zijn gezicht. Hij was nu bleek van schrik. Hij probeerde te praten, maar er kwamen geen woorden. In plaats daarvan barstte de koning los in woede. “Verrader! Bedrieger! Deze keer heb je jezelf te slim af willen zijn en je zult de straf ondergaan voor je eigen kwaadaardige plan!  Laat hem onmiddellijk ophangen!” beval de koning. Zo kreeg de listige Marcus het einde dat hij zo rijkelijk verdiende.

Wat betreft de Joden verklaarde de koning publiekelijk dat hij het volste vertrouwen had in hun loyaliteit. Als teken van zijn welwillendheid jegens hen beval hij dat ze drie jaar lang geen belasting hoefden te betalen.

Wie kan de opluchting en vreugde voorstellen toen de Joden het volledige verhaal van hun nauwe ontsnapping hoorden. Ze bedankten allemaal G-d voor Zijn welwillendheid jegens hen en namen zich voor Hem met nog meer toewijding te dienen in de toekomst. Ook besloten zij om de 17e en 18e dag van Sjewat te houden als dagen van gebed en vreugdevolle dank aan de Almachtige. Waarom? Zodat hun kinderen en toekomstige generaties zich het verhaal zouden herinneren van hoe ze op wonderbaarlijke wijze waren gered van vernietiging door een wrede vijand.

Dit is dus het verhaal van het Poerim van Zaragoza.

Vertaald vanuit Chabad.org