Ondanks alles

Excellentie, Excellentie,
Het is voor ons een grote eer dat u beiden zich bereid hebt verklaard ons te ontvangen
En een menora/chanoekia/Chanoeka-lamp in ontvangst te nemen.
Graag geef ik uitleg wat deze menora voor u en voor democratisch Nederland – als voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer – kan betekenen.
Met Chanoeka – het Joodse Inwijdingsfeest, dat acht dagen duurt – wordt iedere avond een licht aangestoken. De eerste avond één kaars of olie-lichtje; daarna iedere avond één lichtje meer.
Men zou daarvoor losse kandelaartjes kunnen gebruiken. Of zelfs plastic doppen van bijvoorbeeld lege frisdrankpakken. Men zet ze op een rechte rij en klaar is Kees/Moos.
Maar nee; wij maken om het Chanoeka-voorschrift mooi te vervullen, meestal gebruik van een menora-chanoekia met acht kaarshoudertjes of acht olie-lichtbakjes.
Waarbij de eis dat alle houdertjes/bakjes op één niveau moeten staan. Het ene houdertje/ bakje niet hoger, maar ook niet lager dan de andere houdertjes/bakjes.
Neer Hasjeem nisjmat chajiem – de levensziel is een licht van G.d, zegt de Bijbel. Een vonkje G.ddelijkheid. Ieder mens.
Ik hoef u niet uit te leggen welke boodschap met deze menora-chanoekia wordt gegeven aan onze Nederlandse leefgemeenschap. De ene mens is in wezen niet hoger dan de andere. Maar ook niet lager.
Maar er is nog meer:
niet alleen dat alle houdertjes op hetzelfde niveau moeten staan,
– de een niet hoger of lager dan de ander –
maar alle houdertjes moeten met elkaar verbonden zijn;
dus niet zomaar los van elkaar.
Nog meer: de lichtbronnen moeten worden aangestoken; moeten licht verspreiden
en niet alleen naar binnen – naar de eigen groep,
maar ook naar buiten toe!
Daarom ook dat de menora voor het raam wordt aangestoken. Of in de buitendeur-opening.
En zelfs op openbaar terrein.
Helaas, onze maatschappij wordt gekenmerkt door een grote duisternis. Sinds de zogenaamde Verlichting is het in de wereld, in de maatschappij, steeds duisterder geworden.
Daarom bieden wij u deze menora-chanoekia aan. Als inspiratie-bron voor een lichtgevende maatschappij van wederzijds respect en tolerantie.
En van hoop op een betere toekomst!
Ik vertel u daarom over een – tussen aanhalingstekens – Chanoeka-“viering” in het concentratiekamp Bergen Belsen. Het was de eerste avond Chanoeka. Het licht zou worden aangestoken door Rabbi Jisrael Spiro, de Bluzhever Rebbe:
Chanoeka-Inwijdingsfeest gaat het worden. Men vraagt de Chassidische Bluzhever Rebbe in het mannenkamp van Bergen Belsen de eerste avond het eerste lichtje aan te steken. Waarschijnlijk, bij gebrek aan een echte menora (Chanoeka-lamp) met wat schoensmeer in een beker.
Die dag roepen de SS-ers een aantal mannen naar voren te komen. En ze slaan erop los. Ranselen totdat de mannen tot bloedens toe geslagen dood of zwaargewond rondom blijven liggen. En daar moet dat Chanoeka-licht worden aangestoken…
Als het avond is geworden spreekt de Rebbe de eerste beracha-lofzegging uit: ‘Baroech – wij danken U, G.d, dat U ons het voorschrift van het Chanoeka-licht hebt gegeven.’
Dan, de Rebbe heeft grote moeite – na alles wat er die dag is gebeurd – de tweede lofzegging uit te spreken: ‘Baroech – Wij danken U omdat U indertijd toen, bajamiem haheem, in die dagen, wonderen voor ons hebt verricht.’
Dan moet nu de derde lofzegging worden uitgesproken. De Rebbe aarzelt. Kan hij die woorden uitspreken? Nu, hier, na vandaag?
Hij kijkt even achterom. En ja, dan zegt hij de derde lofzegging: ‘Baroech – wij danken U, G.d, dat wij dit mogen beleven!’…
Na afloop komt een van de aanwezigen naar de Rebbe toe:
‘Die eerste twee lofzeggingen, dat u die hebt kunnen uitspreken, OK. Kan ik mij nog voorstellen. Maar hoe hebt u die derde lofzegging kunnen uitspreken: ‘Wij danken U, G.d, dat wij dit mogen beleven?’
‘Hoe hebt u die woorden kunnen zeggen? Opgesloten hier. Gevangen in dit vreselijke concentratiekamp Bergen Belsen! En dat nog wel na wat er vandaag hier is gebeurd! De dode lichamen! De zwaargewonden! Is het daar, waar wij G.d voor danken?!’
En de Bluzhever Rebbe antwoordde: ‘Dat is wat ik mij ook afvroeg. Ik keek achterom om te zien of daar misschien een rabbijn stond, die mij zou wenken die derde beracha wel of niet uit te spreken. Maar ik zag geen rabbijn. Wat ik wel zag?’
En de Rebbe vervolgde: ‘Ik zag daar mannen staan met een blik in de ogen van niet opgeven, blijven hopen. Ondanks alles. En ik zei: ‘O, mijn G.d dank, dank! Ik dank U dat ik dit mag beleven!”
