Leven op aarde eerder ten einde

Beste mensen!
Is me dat schrikken wanneer ik deze kop in de krant lees! Kijk je uit naar een rustige oude dag en dan dit! Toch even de krant verder lezen:
“De aarde is begonnen aan de laatste tien procent van haar levensduur, zo voorspelt de Amerikaanse geoloog James Kasting. Hij berekende dat over een miljard jaar de oceanen zijn opgedroogd en de planeet een dorre woestenij is geworden. De oceanen komen droog te staan, omdat de temperatuur van de zon stijgt. De temperatuur zal oplopen tot 60 graden Celsius, waardoor het water op aarde verdampt en verdwijnt in de atmosfeer.”
Dat zijn dus duidelijk zorgen voor overmorgen. Voor het zover is wordt het in ieder geval binnenkort weer Poeriem en Pesach. En wat dat betreft zit ik met een vraag: het huidige jaar, 5765 is een schrikkeljaar. Met een dubbele maand Adar. Waarom dan vieren wij Poeriem niet in de eérste maand Adar? Als er een reden is om feest te vieren, dan stel je zo’n feest toch niet uit? Onze chachamiem, geleerden, zo wordt geantwoord, wilden dat de Verlossing van Poeriem zo dicht mogelijk zou aansluiten bij de Verlossing van Pesach. En dus vieren wij de Poeriemverlossing in de tweéde maand Adar. Dat ‘aansluiten’ hoor je ook in de melodie waarop door sommigen de laatste zin van de Megilla van Esther, Poeriem dus, wordt gezongen: het is de traditionele melodie van Pesach.
Maar nu opnieuw een vraag: waarom dan wel moeten de Verlossing van Poeriem en die van Pesach op elkaar aansluiten? De vraag kan als volgt worden beantwoord: de Verlossing van Poeriem had een relatief karakter. “Wij bleven onderdanen van koning Achasjverosj”, verklaart de Talmoed. De Verlossing van Poeriem was niet definitief zoals de Uittocht uit Egypte dat wèl was. En zoals de toekomstige verlossing, die begint met de komst van de Masjie’ach, dat nog méér zal zijn.
Het is goed dit alles te weten. Soms hebben wij namelijk de neiging te denken dat wij er al zijn. Dat de problemen zijn opgelost. Maar wanneer wij dan het nieuws zien en horen, wanneer wij geconfronteerd worden met een maatschappij die het loslaten van normen en waarden als modernisering beschouwt, dan zou het ons benauwd om het hart kunnen worden. Wanneer wij hadden gehoopt dat de staat Israel eindelijk een rustige en vredige toekomst zou ingaan en wij zien nu de schier onoplosbare problemen waarvoor men daar wordt gesteld, dan zouden wij de moed kunnen verliezen.
Maar het was te voorzien. Poeriem is geen definitieve oplossing van de problemen. Daarvoor moet het eerst Pesach worden. En zo leven wij voortdurend in een heden, dat moet aansluiten aan een uiteindelijk gelukzalige toekomst. Die ingeluid zal worden, zoals hierboven al opgemerkt, met de komst van de Masjie’ach.
Wanneer dat zal zijn? Wij weten het niet. “Spoedig, spoedig, in onze dagen, dichtbij,” zingen wij op Seideravond. “Bimheera bimheera, bejameenoe, bekarov”. Dan zal het leven op aarde er anders uit gaan zien. Onvoorstelbaar mooier.
Ach, laten wij de kop boven dat krantenberichtje maar zo begrijpen: het leven op aarde zoals wij dat nu kennen – met verdriet, honger, oorlog – zal eerder ten einde zijn door de spoedige komst van de Masjie’ach.
Hopen zo!
Een fijne Poeriem met ‘aansluitend’ een fijne Pesach gewenst.
Bron: Rond de Bron, Niesan 5765 / april 2005
