Chanoeka wel of niet

Er is waarschijnlijk geen moeilijker artikel te schrijven dan een artikel over Chanoeka. Want van een artikel wordt verwacht dat het wordt gelezen. Anders kan je het net zo goed niet schrijven. Verder wordt van een artikel verwacht dat er een boodschap in staat. Spreekt die boodschap je aan, dan lees je het artikel (uit). In het andere geval laat je het artikel (verder) ongelezen.

Chanoeka.

Een artikel over Chanoeka. Een artikel over een stelletje opstandige figuren dat het recht in eigen hand neemt en – tegen de wens en visie van het joodse establishment en een grote zwijgende meerderheid – een guerrillastrijd begint tegen bestaande gezag. Opstandige figuren, fanatiek en extreem-orthodox in hun jodendomsvisie, die er tenslotte in slagen de grote zwijgende meerderheid aan hun kant te krijgen. Die zich van de Tempel meester maken en daar opnieuw een dienst aan G’d instellen waar aan de moderne, progressief denkende joden juist een einde aan hebben gemaakt.

Wie heeft er anno nu nog boodschap aan fanatieke, extreem-orthodoxe figuren? Wie voelt er vandaag de dag sympathie voor ultra’s als Matitjahoe en zijn zonen?! Wie haalt het in zijn of haar hoofd feest te vieren om de overwinning van een stelletje militante fanaten?!

Dus geen Chanoeka vieren? Of een hervormd Chanoeka vieren door er een andere inhoud aan te geven? Door het bijvoorbeeld te beschouwen als een natuurfeest met lichtjes midden in de duistere winterperiode. Gezellig. Sfeervol. Of door het een zuiver nationaal feest te noemen. Maar ja, je weet dat deze opvattingen historisch onjuist zijn en je voelt er weinig voor jezelf ongeloofwaardig te maken. Vieren of niet? Schrijven dit artikel of niet?

Ik denk dat ik gezien het bovenstaande maar geen artikel schrijf.

Geen artikel schrijven? Dat kan ik niet maken. Men heeft er immers om gevraagd. Dus wel een Chanoeka-artikel. Of beter gezegd een collage van fragmenten uit artikelen die ik al eens eerder mocht schrijven.

Een gezellig feest, Chanoeka. Waarschijnlijk wel het gezelligste en gemakkelijkste feest van het joodse jaar. Sfeervol kaarslicht, spelletjes en, wie weet, cadeautjes. Daar kan niets tegenop.

Eigenlijk toch wel vreemd, die gezelligheid en gemakkelijkheid. Want in de geschiedenis van Chanoeka is gezelligheid niet te vinden. En gemakkelijk waren de tijden toen ook al niet.

Ga maar na: een tenslotte geslaagde opstand van een kleine groep slecht bewapende en vrijwel niet getrainde vrome joden – tegenwoordig gebruikt men veelal de neerbuigende term ‘ultraorthodox’ – tegen het geregelde leger van de machtige koning Antiochus Epiphanes van Syrië. Waarbij de Syrische koning bovendien gesteund werd door een machtige en invloedrijke groep van vrijzinnige, denkende, moderne – alweer zo’n vaak geheel verkeerd gebruikte term – joden. Nee, van gezelligheid en gemakkelijkheid was toen echt dus geen sprake. Toch vieren wij Chanoeka in sfeervolle stemming. Want de Chanoekastrijd is gestreden. En voor eens en altijd hebben wij geleerd wat de basis van ons jood zijn is, een basis waarzonder het joodse volk niet kan voortbestaan: Tora en Traditie. Dat willen wij vieren, sfeervol en blij.

Tora en Traditie. Hoe ga je daarmee om?

Er zijn joden die het jodendom met de zgn. paplepel hebben binnengekregen. Anderen hebben door studie hun Jodenkennis vergaard. Weer anderen voelen zich op en top joods, maar staan toch wel eens vreemd tegenover sommige traditionele gedachten en gebruiken. En dan komt Chanoeka. Chanoeka leert ons dat Tora en Traditie voor iedereen is. Want zoals de menora, het traditionele chanoeka-ijzer, licht en warmte uitstraalt naar iedereen – geleerd of minder geleerd – zo straalt het Jodendom licht en warmte uit naar iedereen die licht en warmte wil ontvangen. En wie zou dat niet willen…?!

Chanoeka leert ons dat zelfs in een geval dat de toekomst van het joodse volk er erg donker uitziet, wij de hoop niet mogen opgeven. Chanoeka leert ons dat wanneer het joodse volk zich in grote getale heeft geassimileerd, wanneer veel joden in hun gedrag niet meer als joden zijn te herkennen, wij niet mogen wanhopen want in ieder lid van het joodse volk is dat kruikje reine Tempelolie aanwezig, verborgen misschien, maar desalniettemin aanwezig.

Zoek die reine olie, ontsteek het joodse gevoel een kans zich te ontplooien. Je zult warmer worden van binnen. En naar anderen zul je licht en warmte kunnen uitstralen. Een sfeervolle Chanoeka toegewenst.

Bron: Rond de Bron, Kislev 5765 / december 2004

Rabbijn Ies Vorst (1938–2023) overleefde als kind de Holocaust en werd later de eerste hoofd-sjaliach (afgezant) van de Lubavitch – Chabad beweging in Nederland. Gedurende bijna zes decennia gaf hij leiding, onderwijs en inspiratie aan de Joodse gemeenschap. Zijn woorden en daden zijn een bron van licht voor velen, binnen en buiten de Joodse gemeenschap.