Lezen en belevenGeloof en LevensbeschouwingOnwerkelijkheid en Imperfectie

Onwerkelijkheid en Imperfectie

Vandaag, de dag dat ik deze bijdrage voor Rond de Bron schrijf, is het Lag Ba’omer. Een bijzondere dag op de Joodse jaarkalender. Het is de sterfdag van Rabbi Sjim’on bar Jochaj die vóór zijn sterven de wens uitsprak dat de dag van zijn overlijden een verheven blij karakter zou dragen.

Ik heb daar geen moeite mee. Integendeel. Voor mij is Lag Ba’omer persoonlijk een topdag in het Joodse jaar. Waarom?

RaSJBI, naar de initialen van Rabbi Sjim’on bar Jochai – in het Ivriet staat I voor de letter Joed, de eerste letter van Jochai – RaSJBI dus was de redacteur van het boek ‘de Zohar’, basiswerk van de Kabbala, de Joodse mystiek.

In de Zohar onthult Rabbi Sjim’on het diepere wezen van wat er is. Wat wij zien is niet de echte werkelijkheid. Een vraag die in de Kabbala veelal wordt gesteld en in de Chassidische leer uitvoerig wordt uitgewerkt luidt: “Is wat er is een absolute werkelijkheid?” Wat mij dan zo treft is dat het oude, tweeduizend jaar – en eigenlijk nog eerder, namelijk drieduizend driehonderd jaar – geleden gegeven antwoord toen al de huidige visie van de theoretische fysica weergeeft:

“De subatomaire wereld is een aanhoudende dans van schepping en vernietiging, van massa die overgaat in energie en energie die overgaat in massa. Overgangsvormen knipperen aan en uit in een kortstondig bestaan en creëren een nooit ophoudende, eeuwig nieuw geschapen werkelijkheid. Dat betekent dat we, uitgaande van de kwantumtheorie, niet mogen aannemen dat deeltjes een bestaan hebben. Zoals Heisenberg schreef: In het licht van de kwantumtheorie… zijn elementaire deeltjes niet werkelijk, in dezelfde zin als voorwerpen uit het dagelijks leven zoals bomen of stenen werkelijk zijn. Mystici uit Oost en West drukken zich in gelijke bewoordingen uit” (Gary Zukav in De Dansende Woe-Li Meesters, uitgegeven door Bert Bakker). Daar word ik blij van. Ik hoef mijn G’dsvoorstelling van heel persoonlijk en tegelijkertijd oneindig abstract niet bij te stellen.

In de Zohar wordt ook ingegaan over het bestaan van de ziel en de aard ervan. Daar wordt onthuld dat wij in werkelijkheid door twee zielen worden beleefd; twee zielen met tegengestelde belangen. Zoals mijn vader z.l. dat uitdrukte: het engeltje en het bengeltje in ons. Beiden zijn complete entiteiten; met intelligente en emotionele vermogens. Vergelijk het met het beeldscherm van je computer waar plotseling een beeld inschuivend op verschijnt waarom je niet gevraagd hebt en dat je niet wenst. Wegklikken dus. Zo zitten wij in elkaar. Zo kun je jezelf beter begrijpen. Je bènt basically nu eenmaal tweeslachtig. Wees daar dan ook niet verwonderd over.

Op dezelfde manier kijk je naar een ander. Ook die heeft dat tweeslachtige, tegengestelde in zich gekregen. Als je bij die ander iets fouts ziet, heb daar dan begrip voor. Veroordeel niet.

De perfectie van het Jodendom is dat het uitgaat van het níet perfect zijn van de mens.

Van dat inzicht word ik blij. Op Lag Ba’omer wanneer ik dit schrijf. En u, hoop ik, op de zomerdag straks wanneer u dit leest. Waar mijn wens voor een gezonde zomer naadloos bij aansluit.

(Bron: Rond de Bron)

Rabbijn Ies Vorst (1938–2023) overleefde als kind de Holocaust en werd later de eerste hoofd-sjaliach (afgezant) van de Lubavitch – Chabad beweging in Nederland. Gedurende bijna zes decennia gaf hij leiding, onderwijs en inspiratie aan de Joodse gemeenschap. Zijn woorden en daden zijn een bron van licht voor velen, binnen en buiten de Joodse gemeenschap.