Intelligent design

Lekker vroeg op. Lopen in de zachte zonneschijn. De dauw op het gras. De glinstering van de spinnenwebben in het struikgewas. Geboeid blijf ik staan. Bruggenbouwkundig – en ik mag het weten – is zo’n web een meesterwerk.
“Bedankt voor het compliment,” roept een kruisspin mij vanuit haar web toe. Ze is blij met mijn belangstelling. Zelfs zo dat zij zich bereid verklaart mij te demonstreren hoe zo’n web tot stand komt.
“Allereerst vertel ik u over het spinapparaat aan de achterkant van mijn lichaam. Ik heb tweemaal zeven klieren die voor verschillende soorten draad zorgen. De draadklier die de binddraad maakt en de lijmklieren die voor de kleverigheid zorgen. Er is een klier die de aparte kleefstof maakt om de droge draden van het web vast te zetten en er is een klier voor de draden waarmee de prooi wordt ingesponnen. Voor al die draden heb ik twee maal drie aparte lichaamsopeningen”.
“De draden die door de verschillende klieren worden afgescheiden, verschillen chemisch van samenstelling,” begrijp ik. “Gaat dat allemaal vanzelf? Of moet jij dat bepalen?”
“Alles gaat vanzelf. Vanuit mijn spinnenhersens wordt alles autonoom geregeld.”
“Net als een chip waarop het hele programma is geprint?”
“Inderdaad. In mijn DNA is het allemaal genetisch bepaald.”
“Geinetisch, geinig,” grap ik. Maar mijn gesprekspartner wordt plotseling nijdig; spinnijdig. Spinnen kunnen namelijk niet lachen en dat zit haar dwars.
Dan laat de spin mij zien hoe zij een web weeft. Zij produceert eerst een draad die door een zuchtje wind wordt gedragen, totdat die draad aan een ander takje blijft vastkleven.
“Wat doe je nou?!” roep ik uit wanneer ik zie dat mevrouw Spin, lopend op de draad, deze begint op te eten. Maar dan zie ik ook dat zij tegelijkertijd “van achteren” een nieuwe draad produceert. Zij doet dat in een tempo dat hoger ligt dan het tempo waarin zij de oorspronkelijke draad opeet. Daardoor gaat de draad doorzakken. Als de spin in het midden van die doorzakkende draad is gekomen, laat zij zich via een nieuwe draad naar beneden zakken, doet enkele stapjes naar voren en kleeft de draad daar vast. De eerste drie spaken van het toekomstige spinnenweb zijn klaar.
“Waarom maak je de draad niet direct vast op de plek waar je op de grond neerkwam?” vraag ik verwonderd. “Waarom deed je eerst enkele stapjes naar voren?”
“Omdat anders het web verticaal komt te hangen. En dan moet ik straks steeds over het web omhoog en omlaag klimmen. Door die stapjes komt het web schuin te hangen en kan ik er straks overheen lopen.”
“Dat heb je knap bedacht!”
“Dat heb ik helemaal niet bedacht. Spinnen denken niet. Zoals ik je al zei is het een autonome actie van mijn hersenen. Zo ligt dat nu eenmaal genetisch in ons spinnen-DNA vast. Heel gewoon.”
Ik vind het helemaal niet zo gewoon. En als ik dan zie hoe mijn spin stap voor stap haar web verder uitbouwend van spaken en raamdraden voorziet; wanneer ik zie hoe zij uit haar verschillende klieren juist die soort draad produceert die op de bestemde plek functioneel is; wanneer ik begrijp dat het hele spinnenwebsysteem genetisch gecodeerd is, dan kan ik niet anders dan concluderen dat de genetische code, tegelijk mèt het spinnenlichaam – de klieren, de kliersappen, de zes spindraadtepels, de acht ogen, de acht van alle gemakken voorziene poten, het uiterst gevoelige tastzintuig – mèt het verbluffende spijsverteringssysteem, mèt het jacht- en vanggedrag in één keer is ontworpen. Een fascinerend, adembenemend voorbeeld van Intelligent Design.
“Spintelligent,” grap ik opnieuw. Maar mijn spin luistert niet. Een vlindertje is in haar web gevlogen. Zij lokaliseert de prooi, spint deze met vlugge pootbewegingen in, spuit spijsverteringssappen in het vlinderlijfje dat zij eerst met gif heeft verlamd. Straks zal zij de opgeloste voedingsstoffen uit het lijfje opzuigen. Heerlijk!
Er zijn duizenden en nog veel meer voorbeelden van I.D. – Intelligent Design – die allemaal naar een Supra Intelligent Designer verwijzen. Zo naar de biologische wereld kijken. Zo het vak biologie doceren. Op deze manier G’d ontmoeten en dichterbij brengen. Dat heeft onze maatschappij nodig.
Moge G’d de door Hem designed wereld zegenen met een Sjana Towa oeMetoeka, een goed en zoet jaar. Ameen.
– Rabbijn ing. I. Vorst, brioloog
Bron: Rond de Bron
