Lezen en belevenBiografieVerhalen uit de Tanach – Het einde van Sancheriev

Verhalen uit de Tanach – Het einde van Sancheriev

Zo’n 2500 jaar geleden regeerde er een heel bijzondere koning over het koninkrijk Juda in het land Israël. Hij was een groot geleerde, heel wijs en vroom. Een rechtvaardige koning die zijn onderdanen de Tora leerde en de wijsheid van G’d. Tussen Dan en Beersjeva en tussen noord en zuid was er geen kind dat niet kon lezen en schrijven. De naam van de koning was Chizkia. Chizkia regeerde dertien jaar in vrede en geluk over Juda en toen stelde God hem op de proef.

Niet ver van Juda regeerde een machtige koning: Sancheriev koning van Assyrië. Alle koningen en prinsen in de omliggende landen waren bang voor hem, en ook Chizkia moest hem eer bewijzen door hem geld te geven. Maar Sancheriev was daarmee niet tevreden. Hij verzamelde zijn hele leger om Juda aan te vallen. Nog nooit eerder was er zo een machtig leger op de been gebracht. Het leger werd aangevoerd door 45000 prinsen die in met goud en zilver beklede strijdwagens reden. Zij werden gevolgd door 80000 geharnaste strijders en 60000 zwaardvechters. De rest van het leger bestond uit twee en een half miljoen bereden strijders.

Sancheriev splitste zijn legioenen op in drie divisies. De eerste divisie trok met paard en al zwemmend de Jordaan over. Omdat de paarden zoveel dronken, kon de volgende divisie door de Jordaan heen waden met het hoofd boven water. Ook deze paarden dronken veel water en toen de derde divisie aan de beurt was om de rivier over te steken, stond de rivierbedding droog.

Met zijn machtige leger veroverde Sancheriev met gemak alle steden van Juda. Tot hij bij Jeruzalem kwam. De muren van de stad waren hoog. Sancheriev beval zijn mannen hun zadels net zo hoog op te stapelen als de muren van Jeruzalem. Daarna klom hij naar boven en keek de stad in. Hij was teleurgesteld. “Waarom moest ik dit enorme leger meenemen om dit dorpje te veroveren!” riep hij spottend. “Met een paar groepjes soldaten alleen al kan ik dit dorpje met de grond gelijk maken.”

De mannen van Sancheriev stonden te popelen om meteen te gaan vechten, maar de koning zei: “Geen haast; wij zullen de nacht bij de muren van deze stad doorbrengen, ons opfrissen na de vermoeiende tocht. Morgenochtend moet iedere soldaat mij één steen uit de muren van de stad brengen….”

Vervolgens liep Ravsjaké, de generaal van Sancherievs leger, naar de muren van de stad en riep de verdedigers van de stad toe: “Laat Chizkia jullie niet verleiden om te geloven dat jullie god jullie zal redden. Ook de goden van de andere landen hebben zich niet tegen de koning van Assyrië kunnen verzetten. Heeft Chizkia zijn hoop soms gevestigd op de koning van Egypteland om jullie te redden? Of vertrouwt Chizkia misschien op zijn soldaten om zijn hoofdstad te verdedigen? Nou, laat hem maar een weddenschap met mijn meester, de koning van Assyrië afsluiten. Ik geef die koning van jullie twee duizend paarden, als hij tenminste in staat is daar ruiters op te zetten….”

En zo ging Ravsjaké door met zijn propaganda en psychologische oorlogsvoering. Hij raadde de verdedigers van Jeruzalem aan tegen Chizkia in opstand te komen en de regering van de stad over te nemen.

Toen dit nieuws Chizkia bereikte, scheurde hij zijn kleding in verdriet en wanhoop. Hij ging naar de Heilige Tempel om tot G’d te bidden. Ook gaf hij zijn onderdanen opdracht om een dag van gebed uit te roepen. Immers er kan geen overwinning zijn zonder de hulp van G’d.

Iedereen, behalve één van de ministers, bleef de koning trouw. De enige verrader was Sjebna de schrijver, leider van een sterke partij. Sjebna wilde koste wat kost vrede maken met de vijand. Daarom schreef hij een brief aan Sancheriev waarin hij aangaf dat hij zich met al zijn volgelingen overgaf. Hij maakte de brief aan een pijl vast en schoot deze over de muren van de stad in het vijandelijke kamp. Daarna leidde Sjebna zijn mannen in het holst van de nacht naar de poorten van de stad en drong zich naar buiten. Maar toen gebeurde er iets wonderlijks: plotseling gingen de poorten achter hem dicht en stond hij helemaal alleen buiten. Hij kon niet meer terug. Sjebna werd voor een boze koning gebracht: “Ben jij hier gekomen om mij belachelijk te maken? Waar zijn al jouw talloze volgelingen? Ik zal jou een lesje leren, jij onbetrouwbare verrader!” Toen beval Sancheriev om Sjebna te martelen tot hij stierf.

Het was de eerste nacht van Pesach, Seideravond. Maar in de belegerde stad Jeruzalem heerste geen feestelijke stemming. Koning Chizkia en alle Joden baden vol smart en verdriet tot G’d om hen te redden. Daar verscheen de profeet Jesaja, zoon van Amos, voor de koning met een boodschap van G’d. Een boodschap van troost en hoop, van overwinning en triomf: “De G’d van Jisraeel heeft jullie gebeden gehoord… De koning van Assyrië zal deze stad niet binnenkomen, noch daarin een pijl schieten…. Hij zal op dezelfde manier gaan als hij is gekomen…. Want G’d Zelf zal deze stad verdedigen en redden…”

Om middernacht kwam de Engel des Doods het kamp van de Assyriërs binnen en doodde de soldaten.

Toen Sancheriev de volgende ochtend vroeg opstond om met zijn machtige leger de stad Jeruzalem te bestormen, vond hij slechts dode lichamen.

Zijn leger vergaan, zijn macht gebroken, niet meer gevreesd, zo keerde Sancheriev, koning van Assyrië, naar huis terug. Hij bad tot zijn god Nisroch en beloofde dat als Nisroch hem weer in zijn vroegere macht en glorie zou herstellen, hij hem zijn twee zonen Adramelech en Sjaretzer als brandoffer zou offeren. Maar zijn zonen kwamen achter de ‘vrome’ bedoelingen van hun vader en op een dag toen Sancheriev zijn god Nisroch aanbad, overvielen ze hem en doodden hem.

Dat jaar was het Pesachfeest een dubbel feest voor de inwoners van Jeruzalem en hun koning Chizkia. Het was alsof de wonderen waarmee G’d eens de Joden uit Egypte had bevrijd, nogmaals hadden plaatsgevonden.

Bron: Talks and Tales