Lezen en belevenBiografieDe Ba’al Sjem Tov

De Ba’al Sjem Tov

Rabbi Israël Ba’al Sjem Tov werd op de 18e dag van de maand Elloel in het jaar 5458 (1698) geboren, in Okoep, een klein dorpje in Oekraïne. De naam “Ba’al Sjem Tov” wat letterlijk “de Meester van de Naam” betekent, werd hem later gegeven toen hij bekend was geworden als een groots en inspirerend leider met bijzondere krachten waarmee G-d hem in staat stelde wonderen te verrichten.

Op vijfjarige leeftijd verloor hij zijn vader Eliëzer, een uitermate vroom en bescheiden man die hogelijk gerespecteerd werd in de Joodse gemeenschap. Vóór zijn dood riep Eliëzer zijn kleine zoon naar zijn ziekbed en zei hem: “Mijn laatste boodschap aan jou, lieve zoon, is: Wees voor niets of niemand bang, alleen voor G-d! Houd met hart en ziel van iedere Jood!”
De kleine wees werd aan de zorg van een leraar in het Cheder (Joodse schooltje) toevertrouwd. Maar de kleine jongen rende vaak naar het dichtbijgelegen bos, waar hij urenlang in gedachten was verzonken. Hij zag de grote wonderen van G-ds natuur. In ieder klein bloempje en grassprietje zag hij de hand van G-d. Deze ervaringen in zijn jonge jaren lieten een geweldig indruk op hem achter en later, in een van zijn voordrachten aan zijn volgelingen, zei hij: “Als jullie een blad van een boom zien vallen en dat blad wordt door de wind meegevoerd, denk dan niet dat dit toeval is. Het gebeurt allemaal door de wil van G-d!”

Op jonge leeftijd werd hij aangesteld om de leraar van het Cheder te assisteren. Hij moest met de jongste kinderen het Sjema, berachot en andere gebeden opzeggen en deze kleuters van het Cheder naar huis terugbrengen. Hij hield met heel zijn hart van deze kleine kinderen; hij vond het heerlijk om de pure kleine kinderen de gebeden en de berachot bij te brengen. “Dat waren de gelukkigste dagen van mijn leven,” zou hij jaren later zeggen, “Niets is voor G-d zo aangenaam als de gebeden en berachot die van de reine lippen van die pure kinderen komen!”

Toen de Ba’al Sjem Tov veertien jaar oud was, sloot hij zich aan bij de “Tsadikiem Nistariem”. Dat waren vrome en geleerde Joden die zich als arm en simpel volk voordeden, om zich zo tussen de arme en ongeleerde Joden te kunnen mengen en deze te helpen. De geestelijke leider van deze “mannen van de geheime dienst” was de Ba’al Sjem Rabbi Adam van Ropsjietz, opvolger van Rabbi Joel Ba’al Sjem van Zamoesjtz, op zijn beurt opvolger van Rabbi Eliya Ba’al Sjem van Worms. Zij stonden alle drie bekend om hun vroomheid, geleerdheid en G-ddelijke krachten.

In het jaar 5476 (1716), toen de Ba’al Sjem Tov achttien jaar oud was, introduceerde hij een nieuwe opdracht voor de Nistariem. Zij moesten zich volledig wijden aan het onderwijs van de Joodse kinderen. Er waren namelijk veel Joodse nederzettingen en kleine gemeenten waar geen Joodse leraren en geen Tora-scholen waren. Daar moesten de Nistariem voor leraren uit hun eigen kring zorgen.

Rabbi Israel Ba’al Sjem Tov richtte een eigen Cheder op in Tlosty, een kleine stad in Pools Galicië.

In zijn persoonlijke leven, was Israel een gewone en bescheiden jongeman, maar zijn wijsheid en eerlijkheid wekte de aandacht op van zijn mede-Joden en velen legden hun meningsgeschillen aan hem voor.

Op een dag kwam er een voorname Jood, Efraiem uit Koetty, bij hem met een meningsverschil. Hij was zo onder de indruk van Rabbi Israel dat hij hem zijn dochter Lea Rachel als echtgenote aanbood. De afspraak werd gemaakt en Rabbi Efraiem ging terug naar huis. Toen de bruiloft dichterbij kwam, ging Rabbi Israel naar de stad Brody, waar de broer van de bruid woonde (haar vader was in de tussentijd overleden). Hij deed zich voor als een arme boer en was te bescheiden om enige geleerdheid te tonen. Zijn aanstaande zwager, een gerespecteerd en bekend geleerde, was geschokt om te zien dat hij zo’n onwetend familielid zou krijgen. Maar de bruid die naar de ziel van haar toekomstige echtgenoot keek in plaats van naar zijn uiterlijk, accepteerde hem als haar echtgenoot. Rabbi Israel en zijn vrouw trokken zich terug in het berggebied van de Karpaten, waar zij in grote armoede leefden. Maar Israel had daar al de eenzaamheid die hij wenste; zo kon hij zich ongestoord wijden aan het leren van Tora, Gemara en Kabbala.

De Ba’al Sjem Tov werd later de geestelijk leider van de Tsadikiem Nistariem, de verborgen Tsadikiem. Nadat er veel Chadariem en Jesjiwot in de Joodse gemeenschappen waren opgericht, gaf de Ba’al Sjem Tov de Nistariem een nieuwe taak. Zij moesten hun diensten nu met name aan de volwassenen aanbieden, want ook zij hadden goed onderwijs en training nodig. Zij moesten het gewone volk uit de onwetendheid optillen naar een plaats tussen de geleerden. Dit moesten zij bereiken door een wijdverbreide interesse in de Tora te creëren en door zelf een goed voorbeeld van toewijding aan de Tora en de voorschriften te geven.

Toen de Ba’al Sjem Tov zesendertig jaar was, kreeg hij een hemelse openbaring waarin hem werd onthuld dat hij een speciale opdracht had om, door het onderwijzen van Chasidoet, nieuw licht en nieuw leven in het Joodse volk te blazen. Hij mocht niet langer verborgen blijven en mocht zijn werk niet langer meer in het geheim uitvoeren. Hij moest in het openbaar verschijnen en zijn missie volledig uitvoeren. Zo begon de beweging van het Chassidisme.

Rabbi Israël Ba’al Sjem Tov vestigde zich in Medzyboz. Daar begon hij zijn ideeën en zijn gedachten in het openbaar te verkondigen. Hij kreeg direct veel aandacht en veel volgelingen. Jonge mannen en hoog aangeschreven geleerden kwamen naar Medzyboz om deze ‘nieuwe’ manier om G-d te dienen, te leren.

Zij werden toegewijde volgelingen van de Ba’al Sjem Tov en werden Chassidiem genoemd, wat vrome Joden betekent. Onder zijn duizenden volgelingen, was één buitengewoon groot Talmoedgeleerde, Rabbi Ber van Meseritz. Deze werd later zijn opvolger en op zijn beurt de leraar van de beroemde Rabbi Schneur Zalman van Liadi, de grondlegger van het “Chabad Chassidisme”.

De ideeën van het Chassidisme benadrukken nog meer het belang om de gebeden met diepe aandacht uit te spreken. Voel vreugde bij het houden van de geboden van de Tora met je hele hart. Het eenvoudige geloof is iets dat iedereen heeft en door het toegewijd zeggen van de gebeden en psalmen, kan zelfs de ongeleerde Jood een hoog spiritueel niveau bereiken. Liefde voor de ander en toewijding aan de Tora en de geboden, samen met een gevoel van nederigheid en bescheidenheid, daar gaat het om!

Rabbi Israël Ba’al Sjem Tov wordt door vele duizenden Joden beschouwd als een door G-d gezonden profeet die nieuw leven en nieuwe hoop bracht in versplinterde en verspreide Joodse gemeenschappen. Hij heeft hen bewapend met geloof en moed om de verschrikkelijke dagen die vooraf zouden gaan aan de komst van de Masjieach, tegemoet te treden.

Rabbi Israël Ba’al Sjem Tov stierf in Medzyboz op de eerste dag Sjawoe’ot in het jaar 5520 (1760), toen hij 62 jaar oud was. Maar zijn leringen worden nog steeds bestudeerd en nog steeds gevolgd. Door honderdduizenden en meer Chassidiem in alle landen van de wereld.

(Bron: Talks and Tales)