Lezen en belevenDe Joodse KalenderHet Joodse Schrikkeljaar

Het Joodse Schrikkeljaar

Een schrikkeljaar op de joodse kalender heeft dertien maanden (met twee Adars in plaats van één). Waarom een extra maand? Hier volgt een korte uitleg:

Onze Joodse jaartelling is anders dan alle andere jaartellingen in de wereld. Het is een maankalender – gebaseerd op de maandelijkse baan van de maan om de aarde – met een ingebouwde correctie voor de seizoenen van het jaar, zoals die bepaald worden door de zon.

De maan verschijnt aan het begin van iedere Joodse maand als een smalle maansikkel en wordt iedere nacht groter, tot het in het midden van de maand volle maan is. Daarna “krimpt” hij langzaam tot hij aan het eind van de maand helemaal verdwenen is. Wanneer de maan voor het eerst als een smalle maansikkel verschijnt, wordt hij “nieuwe maan” genoemd; in het Hebreeuws – Molad, “geboorte van de maan”.

Op de Sjabbat vóór de nieuwe maan, kondigen wij de exacte tijd van de Molad aan en zegenen wij de nieuwe maan, met uitzondering van de maand Tisjri, die door G’d zelf gezegend wordt.

Van de ene nieuwe maan naar de volgende, duurt iets meer dan 29½ dag. Aangezien het niet zo kan zijn dat de ene helft van de dag tot de ene maand behoort en de andere halve dag tot de andere, is onze jaartelling zo gemaakt dat wij soms 29 dagen en soms 30 dagen in de Joodse maand hebben; nooit meer en nooit minder.

Dit is de reden dat wij soms één dag “Rosj Chodesj” (Nieuwe Maand) hebben en soms twee dagen. Wanneer wij één dag Rosj Chodesj hebben, houdt dit in dat de uitgaande maand 29 dagen had; als wij twee dagen Rosj Chodesj hebben, is de tweede dag Rosj Chodesj de eerste van de maand, terwijl de eerste dag Rosj Chodesj de laatste d.w.z. de 30e dag van de uitgaande maand is.

Het maanjaar van onze Joodse kalender heeft ongeveer 355 dagen (dit is de numerieke waarde van de Hebreeuwse letters sjin, noen, hee, sjana, dat “jaar” betekent).

Hierdoor is het maanjaar ongeveer 10 tot 11 dagen korter dan het zonnejaar, dat 365 dagen telt. Zou onze kalender alleen op de maan gefixeerd zijn, dan zouden onze feesten nooit op de zelfde tijd in het seizoen van het jaar vallen. Ieder jaar zouden zij ongeveer 10 tot 11 dagen vroeger in het seizoen vallen; iedere drie jaar – een maand enzovoorts, met het gevolg dat Pesach dat in de lente gevierd moet worden, in de winter zou vallen. En Soekkot, dat in de herfst gevierd moet worden, zou in de lente vallen! (De jaartelling van de moslims, die geheel op de maan gebaseerd is, zorgt ervoor dat hun feesten inderdaad verschuivend over het jaar plaatsvinden).

Daarom is onze Joodse kalender zo ingedeeld dat eens per twee of drie jaren een extra maand wordt toegevoegd, waardoor de maand Nissan vooruitgeduwd wordt naar zijn juiste plaats in de lente. Zodra de maand Nissan op zijn plaats staat, vallen Pesach en alle andere feesten op hun juiste tijd in het juiste seizoen.

Onze Joodse kalender is echt wonderbaarlijk. Hij is zo ingedeeld dat Jom Kippoer bijvoorbeeld nooit op een vrijdag of zondag kan vallen. Onze geleerden die onze jaartelling hebben uitgewerkt, waren heel knap in de wetenschap van astronomie en wiskunde.

Hoe vaak hebben wij zo’n schrikkeljaar?
Het duurt 19 jaar om het maanjaar gelijk te krijgen met het zonnejaar, zodat beide vrijwel tegelijkertijd beginnen zonder dagen over te laten. Daarom is de Joodse kalender verdeeld in een periode (cyclus) van 19 jaar. In iedere cyclus zijn zeven schrikkeljaren: het 3e, 6e, 8e, 11e, 14e, 17e en 19e jaar.

Als je wil weten of een Joods jaar een schrikkeljaar is, moet je het Joodse jaar door 19 delen. Als de balans (na de komma) 3/19, 6/19, 8/19, 11/19, 14/19, 17/19 of 19/19 is (in dit laatste geval is er geen balans), dan is het jaar een schrikkeljaar.

Bron: Talks and Tales