De dagen van Sefira (Omer telling)

De hele maand Ijar valt in de periode van de Sefira, wanneer de dagen van de Omer worden geteld. Volgens de Tora (in de sidra van Emor die wij in de maand Ijar lezen) begint het tellen op de tweede dag Pesach en duurt het zeven weken. Aan het eind van deze periode begint Sjawoeot, de dag waarop wij de Tora op de berg Sinaï ontvingen.
Deze dagen van de Omertijd verbinden dus de twee grote feesten, Pesach en Sjawoe’ot. Zij herinneren ons aan de tijd dat de kinderen van Israel deze dagen telden vanaf de dag nadat zij uit Egypte waren getrokken tot de dag dat zij de Tora zouden ontvangen. Mosje Rabbenoe had het hen verteld. Toen hij voor het eerst naar hen kwam toen zij nog slaven in Egypte waren, vertelde hij dat G’d had beloofd hen uit slavernij te bevrijden, zodat zij G’d konden dienen. En dat zij de Tora, die hun zou vertellen hoe zij G’d moesten dienen, na zeven weken zouden ontvangen.
In hun ongeduld voor die dag, telden zij de dagen en de weken. Zij begrepen dat het niet voldoende was om alleen van Farao en zijn onderdanen bevrijd te zijn. Dat was slechts een eerste stap.
De volgende stap was om ook van de innerlijke Farao – je slechte ideeën, gedachten en gewoonten – bevrijd te worden. Dat pas is echte vrijheid; zonder dat zouden andere vrijheden voor ons zonder betekenis zijn. En deze vrijheid kan alleen gewonnen worden op grond van de Tora, die ons leert hoe wij werkelijk vrij moeten zijn.
Onze voorouders, op weg waren naar Sinaï, begrepen dat het niet de bedoeling was de dagen alleen maar te tellen zonder daar iets mee te doen. Deze 49 dagen moesten dienen als een voorbereidingsperiode om de grootse gebeurtenis van het ontvangen van de Tora waard te zijn. Zij moesten zich iedere dag verbeteren en door iedere dag te tellen, zorgden zij ervoor dat goede gedachten, goede woorden en goede daden iedere dag toenamen.
Daaraan denken wij ieder jaar opnieuw. Ook wij begrijpen dat alleen maar het herinneren en het tellen van de dagen van de Sefira niet genoeg is. Daarom verplaatsen wij ons in de situatie van onze voorouders en beschouwen wij het alsof wij zelf net uit Egypte zijn bevrijd en op weg zijn naar de berg Sinaï.
Een van de eerste dingen die een kind leert is tellen. Volwassenen tellen en meten voortdurend. Geld bijvoorbeeld. Ook regeringen tellen veel. Er zijn speciale instanties die niets anders doen dan tellen en meten. Mensen worden geteld, auto’s, voorraden. De temperatuur wordt gemeten, de regenval, de kosten van bestaan.
Dit tellen en meten wordt niet voor niets gedaan. Er wordt een belangrijk doel mee gediend. Het is belangrijk om te weten of de populatie van het land groeit of daalt. Er is iets mis als de bevolking in omvang afneemt. Als de bevolking toeneemt is het belangrijk om te weten hoe snel dit gaat en of er voldoende voedsel voor iedereen is; of er voldoende kleding en schoenen zijn, voldoende scholen en leraren. Temperatuur en regenval veranderen voortdurend. Het is nodig om deze veranderingen in de gaten te houden omdat zij van invloed zijn op de gewassen en de hoeveelheid elektriciteit en brandstof die de mensen moeten gebruiken om hun huizen te verwarmen. Als er nooit iets veranderde, zou er geen noodzaak zijn om te tellen of te meten. Als er geen hoop zou zijn om iets te veranderen, zou het ook niet zinvol zijn om te tellen of te meten. Wij tellen dingen juist omdat dingen veranderen en wij willen deze veranderingen kennen, opdat we deze ten goede kunnen veranderen.
Hoe zit dat met Tijd? Verandert Tijd? Is er een dag die langer of korter dan 24 uur duurt? Kan een week meer of minder dan zeven dagen hebben? Natuurlijk niet. Kunnen wij Tijd veranderen? Kunnen we de duur van een dag of een week veranderen? Opnieuw is het antwoord nee.
Laten wij eens wat dieper op het verschijnsel Tijd ingaan. Is het werkelijk waar dat de lengte van een dag of een week altijd hetzelfde is? Ja, het is gelijk in het aantal uren en aantal dagen. Maar je weet dat de ene dag langer lijkt dan de andere. De jongen of meisje die dol is op leren, vindt dat de schooldag veel sneller voorbijgaat dan wie niet van leren houdt. Als er geen school is, lijkt het soms alsof de dag maar voort blijft duren. Het is allemaal afhankelijk van wat je binnen een bepaalde tijdsperiode doet.
Er bestaat ook zoiets als verspilling van tijd. Bijvoorbeeld als je moeder je naar de winkel stuurt om iets te kopen. Als je dan in de winkel aankomt, kom je erachter dat je vergeten bent wat je moest kopen. Of je weet wel wat je moet kopen, maar je bent het geld vergeten. Je moet nu terug naar huis en de tijd die het je kost om heen en weer te gaan is verspild. Soms is er sprake van een volledige verspilling van tijd. Soms is het niet helemaal verspild; bijvoorbeeld als iemand van zijn fouten leert; soms is het zelfs mogelijk om zo’n verlies om te zetten in winst.
Tijd is iets wonderbaarlijks. Het verschilt heel erg van alle andere zaken. Tijd is ‘elastisch’. Je kunt Tijd oneindig uitrekken, en je kunt hem laten krimpen tot niets. Er zijn vele dingen die je kunt rekken – tot op zekere hoogte. Je kunt een elastiek uitrekken – totdat die breekt; je kunt een ballon opblazen – totdat hij ploft. Maar Tijd kun je eindeloos rekken! – omdat je deze Tijd kunt vullen met iets dat eindeloos is. Als je je Tijd vult met Tora en Mitzvoth kun je dat ene uur, of die ene dag eindeloos maken, omdat de Tora en de Mitzvoth en alle goede daden die je doet, voor altijd zijn.
Daarom is ons opgedragen de dagen en de weken te tellen die vooraf gaan aan het ontvangen van de Tora. Dit is om het belang van Tora in onze geest te prenten. Toegegeven, we kunnen de lengte van een dag of week niet veranderen, maar dit is alleen oppervlakkig gezien zo. In het echt zijn wij heer en meester over de Tijd; we hebben een eindeloos aantal mogelijkheden en kansen om Tijd oneindig te maken.
(Bron: Talks and Tales)
