Lezen en belevenBiografieJoodse GeschiedenisHet leven van Menasseh ben Israel

Het leven van Menasseh ben Israel

Menasseh ben Israel was een van de grootste leidende figuren van de Portugeesche Joden die naar Holland waren gekomen en daar nieuwe werelden openden voor vele vluchtelingen uit de kelders van de Inquisitie en vergelijkbare instituten uit de donkere Middeleeuwen.

Zijn vader was in Lissabon, Portugal, drie keer aan de dood ontsnapt. Arm, geestelijk en lichamelijk gebroken, was hij naar Amsterdam gekomen en startte daar een nieuw leven. Zijn zoon Menasseh, die hij de best mogelijke opleiding volgens de Sefardische traditie had gegeven, was voorbestemd om een belangrijke rol te spelen, zowel als schrijver van religieuze werken, alsmede als woordvoerder van zijn volk. Menasseh studeerde onder de Chacham Isaak Oezieel in de nieuw opgerichte jesjiwa in Amsterdam en blonk uit in zijn Talmoed-studie en zijn kennis van de Bijbel. Op de opzienbarend jonge leeftijd van 18 jaar werd hij aangesteld bij de Rabbinale Raad van Amsterdam die uit vier leden bestond. Hij was een begiftigd spreker en was goed op de hoogte van de seculiere wetenschap en cultuur. Al gauw was Menasseh de meest populaire spreker in het nieuwe wereldcentrum van het Sefardisch Jodendom.

Zijn roem als geleerde en als expert op alle gebieden die met leren en wetenschap te maken hadden, verspreidde zich al snel buiten Holland. Enkelen van de grootste geleerden van de wereld zochten zijn vriendschap en advies. De koningin van Zweden, Christina, de schilder Rembrandt en de staatsman en filosoof Hugo de Groot waren enkelen van zijn correspondenten en niet-Joodse vrienden. Maar, ondanks al zijn wereldse wijsheid en roem, wijdde Menasseh ben Israel het grootste deel van zijn tijd en interesse aan het versterken van het Joodse leven en aan het verdedigen van de Bijbel tegen vele critici.

Net als zijn verre familielid, rabbi Isaac Abarbanel, schreef hij een vierdelig werk waarin hij de aanvallen van binnenuit en buitenaf weerlegde. Hij verklaarde de misverstanden die werden veroorzaakt door de zogenaamde “Bijbel critici”.

Ook schreef Menasseh veel andere memoranda ter verdediging van de grondbeginselen van het Joodse geloof, zoals de Wederopstanding van de Doden en de G’ddelijke oorsprong en aard van de ziel, onderwerpen die in zijn boek “Nisjmat Chayiem” verzameld zijn. Een grondige kennis van de Kabbala hielp hem in het versterken van het geloof in de komst van de Masjiach.

Armoede

Armoede zorgde er voor dat Menasseh ben Israel zich, in ieder geval tijdelijk, bezig hield met praktische zaken. Hij richtte de eerste Hebreeuwse gedrukte pers in Nederland op en was de grondlegger van de grote print- en uitgeverij traditie van Amsterdam. Enkele van de beste uitgaven van de Tenach, de Talmoed en vele andere belangrijke werken van Hebreeuwse literatuur zijn in Amsterdam gedrukt. Hoewel dit uiteindelijk een florerende zaak zou worden, was het, gedurende het leven van Menasseh ben Israel, niet genoeg om zijn familie ervan te onderhouden. Hij nam zich daarom voor om naar Brazilië te emigreren, om daar een nieuw leven op te bouwen. Gelukkig realiseerden de Joden van Amsterdam zijn waarde en lieten hem niet gaan. Onder leiding van de rijke Marranen Abraham en Israel Pereira, zamelden zij fondsen in en zorgden zij er voor dat de functie van Menasseh ben Israel voor voldoende inkomsten zorgde om hem en zijn familie te onderhouden.

Deze investering leverde zijn geld op. Want een van de grootste verdiensten van Menasseh was als woordvoerder voor zijn Joodse geloofsgenoten. Hij gebruikte zijn vriendschap met koningin Christina om haar er toe over te halen Scandinavië als een vrijhaven te openen voor de duizenden Joodse vluchtelingen, die nog steeds van land naar land, van plaats naar plaats trokken, beroofd van hun laatste bezittingen door hebzuchtige heersers en hun nog hebzuchtigere onderdanen. Hij slaagde er net niet in, want Christina deed afstand van de troon. Toch gaf Menasseh ben Israel zijn hoop om een veilige haven voor zijn geloofsgenoten te vinden niet op. Hij richtte zijn aandacht nu op Engeland, waar de Puriteinen op de voorgrond waren verschenen en zich vriendelijk jegens de Joden opstelden. De tijd was rijp om de Joden weer in Engeland, waaruit zij in 1290 verbannen waren, toe te laten. In 1650 stuurde Menasseh ben Israel een petitie naar het Engelse parlement om de Joden officieel weer tot Engeland toe te laten. Hij voegde daar zijn manuscript “De Hoop van Israel” bij. Menasseh gaf de wens te kennen Engeland te mogen bezoeken en de Joodse zaak in persoon te mogen bepleiten. Dat werd hem toegestaan; maar de oorlog die tussen Engeland en Holland uitbrak, zorgde ervoor dat hij zijn reis naar Engeland vijf jaar moest uitstellen.

Londen
In oktober 1655 kwam Menasseh ben Israel in Londen aan. Na zijn aankomst presenteerde hij aan Oliver Cromwell, toentertijd de sterke man van Engeland, een memorandum waarin hij de vooroordelen tegen Joden weerlegde en de voordelen aangaf die Engeland zou hebben, indien de Joden zich weer in Engeland mochten vestigen en volgens hun religie konden leven. Cromwell was een warm voorstander van de petitie, maar de Britse geestelijkheid en de rijke handelaren, die bang waren voor concurrentie, deden alles wat in hun macht lag om dit te voorkomen. Om zijn geloofsgenoten te beschermen tegen de golf van valse aantijgingen die door hun vijanden naar voren werden gebracht, schreef Menasseh ben Israel zijn bekende “Verlossing van de Joden,” waarin het geloof en de moed van het Joodse volk door hun hele geschiedenis prees. Het grote aantal Joodse martelaren die voor de eer van G-d (Kiddoesj HaSjem) stierven vanaf het moment dat de Joden hun trektocht door de ballingschap begonnen, was daar het beste bewijs van, schreef Menasseh.

Menasseh ben Israel slaagde uiteindelijk. Cromwell gaf vele individuele Joden het recht om zich in Londen te vestigen. Menasseh zelf werd door de Britse beschermer geëerd en kreeg een afscheidsgeschenk van 100 Pond Sterling per jaar. Echter, kort daarna overleed deze grootse verdediger van het Joodse geloof en het Joodse volk in Middelburg. Hij werd te ruste gelegd op de Joodse begraafplaats te Amsterdam.

(Bron: Talks and Tales)