De stad Sjoesjan

Drieëntwintig eeuwen geleden, toen het verhaal van Poeriem plaatsvond, was Sjoesjan de hoofdstad van een keizerrijk dat 127 provincies besloeg, van India tot Afrika. Daar bevond zich het koninklijk paleis van de Perzische koning. Het was een grote en prachtige stad. Maar nu is er bijna niets meer over van zijn vroegere glorie. Het is zelfs heel moeilijk om de voormalige hoofdstad van een van de grootste keizerrijken in de wereld terug te vinden. Net als de meeste prachtige steden van het oude Perzië werd Sjoesjan ongeveer 1350 jaar geleden door de Arabieren, toen zij het hele Iraanse plateau binnenvielen en veroverden, verwoest. Van alle steden bood Sjoesjan nog de meeste weerstand; als gevolg daarvan werd de stad volledig verwoest en met de grond gelijkgemaakt. Er zijn ruïnes opgegraven van het oude Sjoesjan, die ons een beeld geven van hoe de stad er uitgezien moet hebben.

In de Megilla wordt niet veel over Sjoesjan verteld. Uit de Megilla leren we dat er een “Sjoesjan HaBiera” was, de hoofdstad waar zich het keizerlijk paleis bevond, en “Sjoesjan Ha’ler,” de stad zelf. De stad Sjoesjan was gelegen op de rechter oever van de rivier de Oelaaj en strekte zich zo’n tien tot twaalf kilometer uit richting de rivier de Choaspe. Volgens sommige oude manuscripten was het een van de oudste steden ter wereld. Ooit was het, onder de naam Soesa, de hoofdstad van het machtige koninkrijk Elam. Een Babylonisch manuscript vermeldt zelfs dat er meer dan één koningin in Sjoesjan was. Het vermeldt dat Soesa door de Joodse vrouw van Koning Jezdegered I was gesticht. Volgens dit manuscript lijkt het erop dat lang voor het Poeriem-verhaal plaats vond, er al een Joodse kolonie aanwezig was.

Toen de jonge oorlogszuchtige natie Assyrië de ene staat na de andere staat versloeg, was het koninkrijk van Elam een van de slachtoffers. Koning Asjoerbaniepal van Assyrië veroverde de stad Sjoesjan en maakte daar zijn winterverblijf van. Hij bouwde paleizen en stadions, hij legde tuinen en parken aan, om er een centrum van pracht en praal van te maken. Maar, de Assyrische heerschappij duurde niet lang. Het glorieuze keizerrijk viel ten prooi aan een zelfs nog agressievere jonge natie, de Babyloniërs. Het Babylonische keizerrijk baande uiteindelijk de weg voor zijn opvolger, de Perzen. De veroveraar, de jonge koning Cyrus, realiseerde wat de voordelen van Sjoesjan waren, vanwege zijn excellente klimaat en de geografische ligging die de stad makkelijk te verdedigen maakte, en hij koos Sjoesjan daarom als zijn koninklijke residentie.

Tijdens de regeerperiode van Darius III beleefde Sjoesjan zijn grootste glorie. De Perzische koningen hielden er van om omgeven te worden door enorme pracht en luxe. Darius, die zelfs meer dan zijn voorgangers van al de pracht en praal hield, besteedde veel tijd aan het nog mooier maken van de stad, die bekend werd om zijn paleizen, bruggen, forten en parken. Zijn eigen koninklijk paleis in Sjoesjan was een perfect voorbeeld van de immense hoeveelheid waardevolle materialen die hij voor zijn bouwwerken gebruikte.

Het paleis dat gedeeltelijk werd opgegraven en dat het toneel was van het grootste deel van het Poeriem-verhaal, was op een hoog plateau gebouwd, door de Arabische bevolking Tel-ie-Soeleiman genoemd, de heuvel van Solomon. Het besloeg een gebied van ongeveer 1,2 miljoen vierkante meter, dat in drie aparte platforms verdeeld was. Ieder platform had een apart gebouw. Speciale bruggen verbonden de drie gebouwen. Het hoofdgebouw was een half cirkelvormig fort waar de koning zich tegen een mogelijke opstand of invasie kon verdedigen. Een ravijn scheidde het platform van het fort van de oostelijke en noordelijke gebouwen. Indien noodzakelijk konden de verbindingen tussen de twee delen makkelijk verbroken worden door de bruggen op te halen. Aan de andere kant van het ravijn naar het noorden, was een grote Audiëntie Zaal. Hier ontmoette de Perzische koning zijn onderdanen en de ambassadeurs en afgevaardigden van zijn vazallen en buitenlandse koningen. Dit was zeer waarschijnlijk de plaats waar de onuitgenodigde koningin Esther koning Artaxerxes II onder ogen durfde te komen, als dit tenminste degene is die de Megilla, Achasjveros noemt. Het is bekend dat de Perzische heersers de uiterste nederigheid eisen van wie voor hun troon kwam. Zelfs de grootste prinsen moesten hun onderwerping aan de koning tonen. Dit hield in dat zij op de vloer moesten blijven liggen tot de koning het hun toestond om op te staan. We kunnen ons dan ook wel voorstellen wat een revolutie in de etiquette aan het paleis koningin Esther veroorzaakte. Zij stak het ravijn aan de oostzijde van het platform over en ging zonder toestemming de Audiëntie Zaal binnen! Zoals de Megilla ons vertelt, werd iedere onuitgenodigde bezoeker onmiddellijk ter dood gebracht, tenzij de koning zijn gouden scepter uitstrekte om zijn goedwillendheid te tonen. Gelukkig bleef Esther gespaard en zette zij zich in zodat haar volk gered werd.

Het Perzische keizerrijk werd door Alexander de Grote, die zijn legioenen Macedoniërs vanuit Noord-Griekenland naar de Aziatische landen leidde, verslagen. Hij maakte een eind aan de belangrijke rol die Sjoesjan als hoofdstad van de Perzische regering had gespeeld sinds de tijd dat de jonge koning Cyrus de stad op de Babyloniërs had veroverd. Alexander herstelde Babylon weer in zijn oude glorie, terwijl Sjoesjan naar een tweederangs stad terugzonk. Even herleefde Sjoesjan, toen de Perzen tegen de Griekse heerschappij in opstand kwamen. Maar zij werden verslagen en de opstand werd de kop ingedrukt. Sjoesjan, het centrum van de opstand werd compleet verwoest.

Later, na de ondergang van het Macedonische keizerrijk, werd Sjoesjan door koning Sapor II herbouwd en naar hem vernoemd. Maar, zoals wij al vermeldden, de stad vond haar einde toen de Arabieren het sterke fort bestormden, innamen en ieder gebouw van de eens zo prachtige hoofdstad van Elam, Assyrië, Babylon en Perzië verwoestten. Sinds die tijd – dat was in de zevende eeuw – hield Sjoesjan op van enig belang te zijn.

Men is van mening dat een graf vlakbij de ruïnes van Sjoesjan, het graf van Daniel is. Dit graf trekt vele bezoekers en pelgrims. Hoewel Sjoesjan dood is, “herrijst” de stad ieder jaar in al zijn vroegere pracht en praal. Wanneer wij bijeenkomen om het Poeriem-wonder en “Sjoesjan Poeriem” te herdenken.

(Bron: Talks and Tales)