De Lubavitcher Rebbe

Rabbijn Menachem Mendel Schneerson, ook bekend als ‘de Lubavitcher Rebbe’, was de zevende in de rij van de Chabad-dynastie. De Rebbe werd geboren op vrijdag 18 april 1902 (11 Niesan 5662), in het Oekraïense Nikolajev, waar zijn grootvader — de vader van zijn moeder, Rebbetsin Chana: Rabbi Meïr Sjlomo Janovski — de plaatselijke rabbijn was. Hij werd vernoemd naar zijn overgrootvader, de derde Lubavitcher Rebbe, die bekend zou worden als de Tsemach Tsedek.
Op zevenjarige leeftijd verhuisde de Rebbe naar Jekaterinoslav (het huidige Dnipro), waar zijn vader, Rabbi Levi Jitschak Schneersohn, tot Opperrabbijn was benoemd. Rabbi Levi Jitschak stond bekend als een groot Talmoedgeleerde en als een kenner van de Joodse mystiek.
Reeds vroeg in zijn jeugd overtrof de jonge Menachem Mendel het niveau van het gangbare onderwijs dat hem werd geboden. Toen ook de privéleraren die men speciaal voor hem had aangetrokken hem niet meer konden bijhouden, nam zijn vader zelf zijn opleiding ter hand. Rabbi Levi Jitschak onderwees en begeleidde zijn zoon tot vlak vóór diens huwelijk.
Huwelijk
Op 27 november 1928 — 14 Kislev 5689 — huwde Menachem Mendel Schneerson, toen zevenentwintig jaar oud, in Warschau met Chaja Mushka Schneerson, dochter van de vorige Lubavitcher Rebbe, rabbi Yosef Yitschak Schneersohn.
Via Rusland, Polen, Duitsland en Frankrijk bereikte de Rebbe in 1941 de Verenigde Staten. Onderweg had hij natuurkunde, filosofie, elektrotechniek en wiskunde gestudeerd, aan de universiteiten van Leningrad en Berlijn en aan de Franse Sorbonne.
Zijn schoonvader had zich intussen in New York gevestigd en had daar de grondslag gelegd voor wat na de oorlog zou uitgroeien tot de invloedrijkste Joods-religieuze beweging. De Rebbe werd de rechterhand van zijn schoonvader: zijn leerling en zijn secretaris tegelijk. Alle educatieve en maatschappelijke activiteiten van de Chabad-beweging werden onder zijn verantwoordelijkheid uitgevoerd. Ook bouwde hij de Kehot Publication Society op, waardoor in de loop der jaren meer dan tweehonderd boeken met zijn eigen werk het licht zagen.
Leiderschap
Op 10 Sjewat 5710 — 17 januari 1951 — één jaar na het overlijden van zijn schoonvader, nam de Rebbe het leiderschap van de Chabad-beweging formeel op zich.
Bij die gelegenheid legde hij het doel van zijn leiderschap vast in de volgende woorden:
“In onze Traditie is er sprake van drie liefdes; liefde voor G’d, liefde voor de Tora en liefde voor je medemens. In feite zijn ze allen één. Alle drie komen voort uit eenzelfde bron en ze vormen samen één geheel, het is dus niet juist om ze van elkaar te scheiden. Indien een persoon een grote liefde voor G’d koestert is het noodzakelijk dat deze liefde zich ook zal uiten in liefde voor zijn medemens. Zo ook het omgekeerde; liefde voor de medemens is slechts compleet wanneer die gekoppeld is aan liefde voor G’d en Zijn Tora. Naastenliefde dient zich niet te beperken tot het materialistische, zoals brood geven aan iemand die honger heeft of drinken geven aan iemand die dorst heeft… ook het spirituele maakt er deel van uit. Zo zijn de drie liefdes van elkaar afhankelijk. Dit is de sleutel tot de Verlossing. Onze geleerden zeggen dat een gebrek aan liefde de ballingschap heeft veroorzaakt, de Verlossing uit deze ballingschap zal dus komen als gevolg van het intensiveren van de liefde!”
Hiermee zette de Rebbe de toon voor het herstel van de Joodse gemeenschap na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. In de woorden van Opperrabbijn Jonathan Sacks: “De Rebbe’s antwoord op WOII, toen de wereld overspoeld werd door zinloze haat, was om de wereld te doen overstromen van een liefde die evenmin een reden nodig had.”
‘Mitswa-campagne’
Rabbi Joseef Jitschak Schneersohn was in de Verenigde Staten reeds begonnen met het uitzenden van sjeloechiem — gezanten — naar Marokko, Tunesië, Engeland, Australië, Frankrijk en tal van staten in Amerika. De Rebbe heeft deze uitzending verhonderdvoudigd. Er is nauwelijks een land ter wereld te vinden zonder vertegenwoordigers van Chabad. Overal staan zij klaar voor de rondreizende Jood en helpen zij de plaatselijke Joodse gemeenschap bij haar opbouw. Van Colombia tot Zweden, van Hongkong tot Zambia, in Israël, Californië, Zuid-Afrika, Argentinië en Nederland. Schertsend zegt men wel dat men twee dingen overal ter wereld tegenkomt: Coca-Cola en Chabad!
In 1967, rond de tijd van de Zesdaagse Oorlog, begon de Rebbe de ‘Mitswa-campagne’. Alles moest in het werk worden gesteld om Joden bewust te maken van Tora en traditie. Volgelingen van de Rebbe trokken de straat op om de “verborgen Jood” weer zichtbaar te maken — maar dan met gepaste trots en met liefde voor het eigen erfgoed.
De kern van Chabad
Chabad is de afkorting van Chochma, Biena en Da’at, de drie verstandelijke vermogens van de mens. De Chabad-levensleer houdt in dat de mens telkens weer het verstand tot zijn coördinatiepunt dient te kiezen. Vanuit het verstand immers behoren het lichaam en de menselijke gevoelens gestuurd te worden. Leeft de mens louter vanuit zijn gevoel, en wordt het verstand slechts ingezet om dat gevoel te dienen, dan is er nauwelijks nog verschil tussen mens en dier. Gevoelens kunnen goed en positief zijn, maar zijn dat niet noodzakelijkerwijs. Innerlijke leiding is nodig, wil de mens mens blijven.
Oeforats’to — “en gij zult u verspreiden” — werd het motto van Lubavitch en van de Rebbe: jezelf wegcijferen en anderen helpen, hiaten in de Joodse wereld opvullen.
Hierin ligt de kern van het welslagen van Chabad, en van de Rebbe zelf, die immers alles droeg en bezielde. Een mens die vanuit zijn verstand leeft, en dat verstand voedt met de G’ddelijke zuiverheid van Tora en traditie, zal geliefd zijn bij G’d en bij zijn medemens. Anderen zullen graag naar hem luisteren, want zichtbaar is dat naastenliefde, en niet eigenbelang, zijn leidraad is.
Licht voor de volkeren
In de jaren tachtig van de vorige eeuw kreeg het werk van de Rebbe een nieuwe dimensie. Van oudsher wordt het Joodse volk een “Licht voor de volkeren” genoemd. Door de volkeren te wijzen op de fundamentele bouwstenen van een rechtvaardige samenleving, zoals G’d die heeft vastgelegd in de Noachitische wetten, kan het Joodse volk deze roeping — Licht voor de volkeren te zijn — waarmaken. Door de omstandigheden was dit eeuwenlang niet mogelijk geweest. Gezien de ontwikkelingen in de wereld, en in de overtuiging dat de uiteindelijke Verlossing nabij was, achtte de Rebbe de tijd rijp om ook aan deze opdracht gestalte te geven.
Vooral de inzet van de Rebbe voor onderwijs en morele vorming werd door menig wereldleider hoog gewaardeerd. Zo heeft het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden zijn hoogste onderscheiding, de Congressional Gold Medal, postuum aan de Rebbe toegekend.
In 1994, op de derde dag van de Joodse maand Tammoez, riep de Allerhoogste de Rebbe tot Zich terug. Maar de Rebbe liet een rijkdom aan wijsheid na. Ook de grootse infrastructuur die hij heeft opgebouwd, blijft, onder zijn leiderschap, onverminderd functioneren.
