Praktische begeleiding nodig?
De Choepa — de Joodse huwelijksplechtigheid
Onder het huwelijksbaldakijn, de Choepa, komen eeuwenoude tradities, Joodse wetten en diepe symboliek samen in een indrukwekkende plechtigheid. Wie voor het eerst een Joods huwelijk bijwoont, ontdekt een wereld van riten en betekenissen die duizenden jaren oud zijn. Op deze pagina lees je hoe de plechtigheid verloopt en wat de onderdelen betekenen. Ga je trouwen? De rabbijn en rebbetzin begeleiden jullie graag met de voorbereiding en de plechtigheid. Neem gerust contact op.
Een Joods huwelijk is veel meer dan een feestelijke dag. Wie voor het eerst een traditionele Joodse huwelijksplechtigheid bijwoont, wordt ondergedompeld in een wereld van symbolen, riten en gevoelens die duizenden jaren oud zijn. Onder het huwelijksbaldakijn — de choepa of choppe — komen Bijbelse tradities, juridische bepalingen en diepe geestelijke betekenis samen, in een van de indrukwekkendste plechtigheden die het Jodendom kent.
De Joodse wijzen leren dat iedere choepa het herleven is van een historisch ogenblik: het verbond tussen G’d en het Joodse volk bij de berg Sinaï. De trouwdag geldt dan ook als de heiligste dag in iemands leven, te vergelijken met Jom Kippoer, de Grote Verzoendag. Tegelijk is een huwelijk ook een juridische verbintenis, waarbij bruid en bruidegom concrete verplichtingen jegens elkaar aangaan. Deze verbinding van het heilige met het alledaagse, van ziel en praktijk, is kenmerkend voor het Jodendom.
Kabbalat Paniem — de ontvangst
Het huwelijk vangt in vele gemeenschappen aan met de kabbalat paniem, een feestelijke ontvangst ter ere van bruid en bruidegom. Op hun trouwdag worden zij vergeleken met een koning en een koningin: uit de Hemel ontvangen zij bijzondere krachten, worden hun eerdere tekortkomingen vergeven, en verkrijgen zij de kracht een nieuwe toekomst op te bouwen. Om die bijzondere staat te eren, wordt hun een ontvangst bereid, zoals voor koninklijke gasten past.
Bruid en bruidegom ontvangen hun gasten in gescheiden ruimten, meestal naast elkaar. De reden hiervan is, dat zij traditioneel een volle week vóór het huwelijk elkaar niet zien, om hun verlangen naar elkaar te versterken, en zo de vreugde op de trouwdag te vergroten. Zij ontmoeten elkaar eerst weer bij de badeken, de sluierplechtigheid die op de ontvangst volgt.
In vele gemeenschappen worden tijdens de ontvangst twee huwelijksdocumenten afgerond en getekend: de tena’iem, de verlovingsovereenkomst, en de ketoeba, het huwelijkscontract. Na het voorlezen van de tena’iem breken de moeders van bruid en bruidegom gezamenlijk een porseleinen of glazen bord, onder luide uitroepen van “Mazzeltov!”
Badeken — het sluieren van de bruid
Na de ontvangst volgt de badeken, de sluierplechtigheid. Een stoet, geleid door de bruidegom, begeeft zich naar de ontvangstruimte van de bruid, waar hij haar gezicht met een sluier bedekt.
Deze gewoonte gaat terug op aartsmoeder Riwka, die haar gezicht bedekte, toen zij haar bruidegom Jitschak voor het eerst ontmoette. De sluier benadrukt dat de bruidegom niet in de eerste plaats geïnteresseerd is in de uiterlijke schoonheid van zijn bruid, die met de jaren vergaat, doch in haar innerlijke schoonheid, die blijvend is. Zij is ook een uitdrukking van de aangeboren bescheidenheid, kenmerkend voor de Joodse vrouw. Gedurende de gehele choepa-plechtigheid blijft het gezicht van de bruid bedekt, tot bescherming van haar privacy op dit heilige moment.
Na het sluieren komen de ouders van bruid en bruidegom naar haar toe, om haar te zegenen. Daarna trekt het gezelschap van de bruidegom zich terug en begeven alle aanwezigen zich naar de plaats van de choepa.
De choepa — het huwelijksbaldakijn
De choepa is een baldakijn op vier palen, aan alle zijden open. Onder dit baldakijn vindt de huwelijksplechtigheid plaats. De openheid ervan symboliseert de toewijding van het paar een huis te bouwen dat te allen tijde gastvrij zal zijn, naar het voorbeeld van de tent van aartsvader Awraham en aartsmoeder Sara.
Velen hebben de gewoonte de choepa buiten, onder de open hemel, te houden; anderen doen dit binnen, in de synagoge. Dit verwijst naar G’ds belofte aan Awraham, dat zijn nakomelingen zo talrijk zouden zijn als de sterren aan de hemel. Bovendien symboliseert een choepa onder de open hemel het streven van het paar hun gezin op hemelse en geestelijke waarden te bouwen.
De sfeer tijdens de choepa-plechtigheid is een serieuze aangelegenheid. Niet zelden laten bruid en bruidegom tranen uit, uit diep besef van de heiligheid van dit moment.
In sommige gemeenschappen draagt de bruidegom tijdens de choepa een kittel, het lange, witte gewaad dat ook op Jom Kippoer gedragen wordt. Tezamen met de witte jurk van de bruid symboliseert de kittel G’ds vergeving en volmaakte zuiverheid. In andere gemeenschappen wordt een tallit gedragen, soms over bruid en bruidegom samen.
De Joodse traditie leert dat de Sjechina, de G’ddelijke Aanwezigheid, bij iedere choepa rust. Ook de overleden voorouders van het echtpaar zijn er spiritueel aanwezig: zij dalen neer, om aan de viering deel te nemen.
De huwelijksstoet
Op royale wijze worden bruid en bruidegom naar de choepa geleid. Zij worden begeleid door een echtpaar dat als persoonlijke erewacht optreedt, meestal de gehuwde ouders van het paar. In sommige gemeenschappen nemen ook de grootouders aan de stoet deel.
De begeleiders haken hun armen in die van bruid en bruidegom, en dragen kaarsen, tot uitdrukking van de wens dat het leven van het paar met licht en vreugde vervuld zal zijn.
De bruidegom wordt het eerst naar de choepa geleid, waar hij zijn bruid afwacht. Bij haar aankomst gaat de bruid, in Asjkenazische gemeenschappen, meermalen om de bruidegom rond. Met deze omgangen schept zij als het ware een beschermende ruimte om haar man heen, waarin zij zelf binnentreedt.
Staan bruid en bruidegom zij aan zij onder de choepa, dan verwelkomt de chazzan – voorzanger hen, namens alle aanwezigen, met Baroeg Habba, andere welkomstliederen en een gebed om G’ds zegen over het nieuwe paar.
De verloving — Kiddoesjien
Naar de Tora-wet bestaat het huwelijk uit twee onderdelen. Het eerste heet kiddoesjien, vrij vertaald als “verloving,” het tweede nisoe’ien, de voltooiing van het huwelijk. Beide worden achtereenvolgens onder de choepa voltrokken: de kiddoesjien, wanneer de bruidegom de ring aan de bruid geeft, en de nisoe’ien door de choepa zelf, het samenkomen van man en vrouw onder één dak, met het voornemen te huwen.
Kiddoesjien betekent “heiliging,” en onderstreept het geheel eigen karakter van het Joodse huwelijk: G’d Zelf woont in het huis, en de verhouding wordt tot een nieuw niveau van heiligheid verheven.
De plechtigheid vindt met een beker wijn plaats. “Wijn verheugt het hart van de mens,” en er is geen gebod dat met meer vreugde gevierd wordt dan het huwelijk. De rabbijn spreekt de beracha over de wijn uit, gevolgd door de verlovingsberacha, waarin G’d gedankt wordt voor het heiligen van ons door dit gebod. Bruid en bruidegom nemen daarna elk een slok uit de beker.
Daarna schuift de bruidegom de trouwring aan de vinger van de bruid, en spreekt de woorden uit: “Met deze ring zijt gij aan mij gewijd, naar de wet van Mosje en Israël.” Om rechtsgeldig te zijn, moet de verloving door koosjere getuigen bevestigd worden.
De ketoeba — het huwelijkscontract
Na het aandoen van de ring wordt de ketoeba, het huwelijkscontract, hardop voorgelezen. De ketoeba maakt duidelijk dat het huwelijk meer is dan een geestelijke en lichamelijke verbinding: het is evenzeer een juridische en morele verbintenis. In de ketoeba legt de bruidegom zijn voornaamste verplichtingen jegens zijn vrouw vast: haar te voorzien van voedsel, kleding en genegenheid, naast andere contractuele plichten.
De ketoeba weerspiegelt het huwelijk tussen G’d en Israël bij de berg Sinaï, toen Mosje het “Boek van het Verbond” aan het Joodse volk voorlas. In de Tora verbindt G’d Zich, als bruidegom, in alle behoeften van Zijn bruid te voorzien. Dit huwelijkscontract heeft het Joodse volk door de eeuwen heen staande gehouden, terwijl vele grote volkeren en wereldrijken verdwenen.
Het voorlezen van de ketoeba vormt de scheiding tussen de twee delen van het huwelijk. Daarna wordt de ketoeba aan de bruidegom gegeven, die haar op zijn beurt aan de bruid overhandigt.
De voltooiing van het huwelijk — Nisoe’ien
Het laatste deel van de plechtigheid, de nisoe’ien, wordt voltrokken door de choepa, en door het uitspreken van de Sjewa Berachot, de Zeven Zegeningen.
Het is een eer een van deze zegeningen te mogen uitspreken. De genodigden treden naar voren, staan onder de choepa, en houden de beker wijn vast, terwijl zij de zegening uitspreken. De eerste zegening is de zegening over de wijn; de overige zes zijn huwelijkszegeningen, met bijzondere wensen voor het nieuwe paar. Bruid en bruidegom nemen opnieuw een slok.
Op dit ogenblik, zo leert de Joodse traditie, worden de zielen van bruid en bruidegom herenigd tot één ziel, zoals zij waren vóór zij deze wereld betraden. De Zeven Zegeningen bevatten onder meer de wens dat het paar de vreugde moge hervinden die het kende in zijn oorspronkelijke staat in de Hof van Eden.
Ten slotte wordt een beker in een doek gewikkeld en voor de voet van de bruidegom gelegd. Hij stampt op de beker, en breekt het glas. Dit herinnert ons eraan, dat wij zelfs op het toppunt van persoonlijke vreugde de verwoesting van Jeruzalem gedenken, en verlangen naar de terugkeer daarheen. Op het ogenblik dat het glas breekt, roept iedereen: “Mazzeltov!”
Deze uitroep draagt een diepe boodschap in zich voor het huwelijksleven dat volgt. Breekt of misgaat er iets, wanneer uw partner, met al zijn menselijke tekortkomingen, wisselende stemmingen en tegenstrijdigheden, iets doet — roep dan evenzeer “Mazzeltov,” en zeg: “Dank U, G’d, dat U mij een echt mens in mijn leven heeft gegeven, geen engel, doch een mens van vlees en bloed.”
De jichoed-ruimte
Dadelijk na de choepa trekken bruid en bruidegom zich enkele minuten terug in de jichoed-ruimte, waar zij voor het eerst alleen zijn.
Na alle openbare pracht en praal is dit het ogenblik waarop het paar bijeen kan zijn — het eigenlijke doel van de gehele plechtigheid. Te midden van de drukte van een trouwdag, omringd door mensen die hen willen gelukwensen, nemen zij bewust tijd voor elkaar. Dit is meteen ook een eerste les voor het huwelijksleven: laat nimmer toe dat de drukte van het dagelijks leven de verbinding tussen u beiden verdringt.
In de jichoed-ruimte verbreekt het paar naar traditie het vasten van hun trouwdag, en wisselen bruid en bruidegom doorgaans geschenken uit. Het is ook het ogenblik waarop de bruid de bruidegom kan zegenen, met de woorden: “Moge het u gegeven zijn een lang leven te leiden, en u met mij in liefde te verenigen, van nu af tot in eeuwigheid. Moge het mij gegeven zijn altijd met u samen te wonen.”
Bij Sefardische huwelijken begeeft het paar zich pas na de huwelijksreceptie naar de jichoed-ruimte.
De huwelijksreceptie
Deelnemen aan de huwelijksmaaltijd, en het nieuwe paar op hun bijzondere dag blij maken, is een grote mitswe, een religieuze plicht. De Talmoed vertelt dat zelfs de grootste geleerden hun Torastudie onderbraken, om bruid en bruidegom met zang en dans te vermaken.
Nadat het paar de jichoed-ruimte heeft verlaten, worden zij feestelijk begroet met muziek, zang en dans. Traditioneel dansen de mannen met de bruidegom, en vrouwen met de bruid, in gescheiden kringen, van elkaar gescheiden door een mechitsa.
Kenmerkend voor het traditionele Joodse huwelijk is, dat ieder uitgenodigd wordt mee te doen. Iedere Jood maakt deel uit van een groter geheel, dat iedereen omvat. Een Joods huwelijk legt een verbinding tussen verleden en toekomst, en is daarmee meer dan een persoonlijke mijlpaal: het is een historische gebeurtenis voor de gehele gemeenschap.
Na de eerste dans nemen bruid en bruidegom plaats aan de hoofdtafel, tezamen met hun ouders, grootouders, de rabbijn en andere eregasten. De bruidegom spreekt de hamotsie-beracha uit over een extra grote challa, die vervolgens aangesneden en met alle aanwezigen gedeeld wordt.
Het dankgebed na de maaltijd
Na de huwelijksmaaltijd volgt het dankgebed, bensjen – birkat hamazon, en opnieuw het uitspreken van de Sjewa Berachot, dezelfde Zeven Zegeningen als onder de choepa.
Na het bensjen worden twee volle bekers wijn klaargezet: een voor degene die het gebed leidt, en een voor de Sjewa Berachot. Zes gasten worden uitgenodigd elk een van de eerste zes zegeningen uit te spreken, terwijl zij de beker vasthouden. De zevende bracha, de hagafen, de zegening over de wijn, wordt uitgesproken door degene die het dankgebed geleid heeft. De wijn uit beide bekers wordt samengevoegd, waarna de bruidegom uit de ene beker drinkt, en de bruid uit de andere.
Zo eindigt de eerste dag van een Joods huwelijk — maar eigenlijk is het pas het begin. De viering duurt een gehele week voort, in de geest van de Sjewa Berachot, die telkens opnieuw uitgesproken worden. Het feest is groot, maar de boodschap is eenvoudig: een Joods huwelijk is niet enkel de verbinding van twee mensen. Het is een nieuw hoofdstuk in een verhaal dat reeds meer dan drieduizendachthonderd jaar geschreven wordt.
Vrij vertaald van Chabad.org
Heeft u vragen of wilt u meer weten over een bijzonder levensmoment? Wij helpen u graag verder!
Praktische hulp
Heeft u vragen of wilt u meer weten? Wij helpen u graag verder.